Rb. Den Haag 15 maart 2023, ECLI:NL:RBDHA:2023:3383
Eiser heeft de Syrische nationaliteit en heeft asiel aangevraagd. De asielaanvraag van eiser is afgewezen omdat volgens verweerder artikel 1F van het Vluchtelingenverdrag op hem van toepassing is. Eiser heeft namelijk in het Syrische leger gediend. Eiser was verantwoordelijk voor het onderhoud van twee typen helikopters. Volgens de IND zijn dit soort helikopters ingezet tegen de burgerbevolking. Naar het oordeel van de rechtbank heeft de IND onvoldoende gemotiveerd dat eiser ook persoonlijk betrokken was (personal participation) en is ook onvoldoende gemotiveerd dat de vrijwaringsgrond dwang niet op eiser van toepassing is. Verweerder heeft onvoldoende gemotiveerd dat sprake was van een wezenlijke bijdrage door eiser aan de gepleegde oorlogsmisdrijven, in die zin dat sprake is van een voldoende direct causaal verband tussen eisers bijdrage (het onderhoud aan de meters van de helikopters) en de gepleegde misdrijven. Er is onvoldoende doorgevraagd over eisers werkzaamheden. Daarom is er alleen een globaal beeld van de werkzaamheden van eiser. Omdat niet duidelijk is wat eisers werkzaamheden precies inhielden, is het ook niet mogelijk om te beoordelen of de bijdrage van eiser, namelijk het onderhouden van de meters, feitelijk effect heeft gehad op het begaan van de misdrijven en of deze hoogstwaarschijnlijk niet op dezelfde manier zouden hebben plaatsgevonden als niemand de rol van eiser had vervuld. De IND had dan ook beter onderzoek moeten doen.
De uitspraak op rechtspraak.nl
Aangehaalde artikelen
Aangehaalde uitspraken
- ABRvS 1 september 2017, ECLI:NL:RVS:2017:2377
- ABRvS 19 oktober 2016, ECLI:NL:RVS:2016:2851
- ABRvS 24 juni 2016, ECLI:NL:RVS:2016:1830
- ABRvS 16 juni 2015, ECLI:NL:RVS:2015:2008
- ABRvS 15 oktober 2014, ECLI:NL:RVS:2014:3833
- ABRvS 14 december 2010, ECLI:NL:RVS:2010:BO8026
- HvJ EU, ECLI:EU:C:2010:661
- HvJ EU, ECLI:EU:C:2018:713