Rb. Den Haag 10 mei 2023, ECLI:NL:RBDHA:2023:14120

Zowel de Wet rechtsherstel box 3 als compensatie op basis van werkelijk behaald rendement leidt in het onderhavige geval niet tot een vermindering van de aanslag. Niet gebleken dat sprake is van een individuele en buitensporige last. De omstandigheid dat de buitenlandse onroerende zaken in de grondslag van de vermogensrendementsheffing zijn betrokken en het voordeel daaruit is bepaald aan de hand van een (progressief) forfaitair rendement, heeft geen invloed op de heffingsbevoegdheid van Zweden respectievelijk België. De wijze waarop Nederland aftrek ter voorkoming van dubbele belasting verleent leidt ook niet tot een verschil in behandeling tussen buitenlandse onroerende goederen en Nederlandse onroerende goederen. Geen schending van het vrije verkeer van kapitaal.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen

Aangehaalde uitspraken