Rb. Den Haag 8 april 2022, ECLI:NL:RBDHA:2022:3361

vk; intrekking verblijfsvergunning regulier bepaalde tijd en afwijzing aanvraag verblijfsvergunning regulier langdurig ingezetenen; bewijslast van intrekking rust op verweerder en van de aanvraag op eiser; verweerder werpt terecht tegen dat eiser geen invulling heeft gegeven aan het gezinsleven met zijn kinderen, daarom niet heeft voldaan aan de beperking waaronder de verblijfsvergunning was verleend en daarom ook niet heeft voldaan aan het vereiste van art. 45b, tweede lid, aanhef en onder a, van de Vw en art. 21, eerste lid, van de Vw. Verweerder heeft bij de intrekking informatie van de moeder kunnen betrekken met toepassing van art. 4:8 van de Awb. Beroep ongegrond.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen