Rb. Den Haag 1 februari 2021, ECLI:NL:RBDHA:2021:968
Verordening (EG) nr. 850/98, Verordening (EU) nr. 1380/2013, Verordening (EU) nr. 2019/1241 (Verordening TM), Reglement zee- en kustvisserij 1977, Foto-Frost arrest. Intrekking toestemming voor de pulskorvisserij per 1 juli 2021 voor de groep vissers met een toestemming voor onbepaalde tijd (groep 1). Beëindiging toestemming voor de pulskorvisserij tot en met 31 december 2019 voor de groep vissers met een toestemming die is verleend met het oog op een meerjarig onderzoeksprogramma voor bepaalde tijd (groep 2). Europees verbod op de pulskorvisserij. De omstandigheid dat de Staat der Nederlanden een procedure als bedoeld in artikel 263 van het VWEU is gestart tegen de Raad van de Europese Unie en het Europees Parlement bij het HvJ EU is onvoldoende reden om te twijfelen aan de geldigheid van de Verordening TM. Hoewel aan de intrekking/beëindiging een voldoende zwaarwegend belang ten grondslag ligt (namelijk dwingend Unierecht) gaat het om ingrijpende maatregelen waarmee een deel van de beroepsvisserij in Nederland hard wordt geraakt. Verweerder had zich, gelet op de evenredigheid, uitdrukkelijk rekenschap moeten geven van de financiële gevolgen en in de bestreden besluiten in moeten gaan op de verzoeken om financiële compensatie. Vernietiging van de bestreden besluiten.
De uitspraak op rechtspraak.nl