Rb. Den Haag 23 april 2021, ECLI:NL:RBDHA:2021:8676

De verblijfsvergunning van eiseres onder de beperking ‘verblijf bij partner’ is eerder ingetrokken. Het paspoort dat eiseres had overgelegd is namelijk aan de hand van documenten opgemaakt die met aan zekerheid grenzende waarschijnlijkheid niet bevoegd zijn opgemaakt en afgegeven. Nu is de opvolgende aanvraag ‘verblijf bij partner’ afgewezen omdat eiseres nog steeds haar identiteit niet aannemelijk heeft gemaakt. Hoewel de Nederlandse overheid niet gaat over de afgifte van een paspoort door een andere staat, kan de Nederlandse overheid wel twijfelen aan de identiteit van wie het paspoort is. Verder is de rechtbank met verweerder van oordeel dat geen sprake is van inmenging in het gezinsleven in strijd met artikel 8 van het EVRM. Het beroep is ongegrond.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen