Rb. Den Haag 27 juli 2021, ECLI:NL:RBDHA:2021:8136
Bewaring – beoordeling voortvarendheid – werkwijze verweerder door aan eiser mede te delen dat niet gewerkt wordt aan overdracht totdat eiser gaat meewerken onbehoorlijk - matiging SV door bij herhaling frustreren overdracht – twee punten pkv ondanks kennisgeving in plaats van beroep – beroep gegrond, opheffing & Invrijheidstelling. De rechtbank stelt vast dat de Afdeling de jurisprudentie met betrekking tot de beoordeling van de voortvarendheid heeft genuanceerd. Verweerder dient gedurende de gehele periode van de maximaal toegestane detentie voortvarend te handelen. De rechtbank beoordeelt aan de hand van concrete feiten en omstandigheden of verweerder voldoende voortvarend heeft gehandeld in plaats van uit te gaan van een bepaald aantal dagen dat in elke zaak heeft te gelden als termijn waarop een eerste overdrachtshandeling moet plaatsvinden. Verweerder heeft in het laatste vertrekgesprek te kennen heeft gegeven een passieve houding aan te nemen en geen vertrekgesprek te organiseren en evenmin een vlucht naar Duitsland aan te vragen totdat eiser uit eigen beweging aangeeft wel mee te zullen te werken aan de Covid-test. De strekking van deze mededeling kan niet anders worden opgevat dan dat eiser te kennen wordt gegeven dat hij gedetineerd blijft omdat hij niet meewerkt. Eiser wordt zo voorgehouden dat de detentie een sanctie is voor zijn gedragingen in plaats van een maatregel om overdracht te bewerkstelligen. Weliswaar mag verweerder eiser detineren om te bezien of hij alsnog medewerking aan de overdracht verleent. Het geeft echter geen pas om eiser bewust verkeerd te informeren en voor te wenden dat de detentie als straf heeft te gelden en eiser hierbij niet te informeren dat verweerder ondanks de houding van eiser verplicht is aan de overdracht te werken en dit feitelijk ook doet. Verweerder heeft op deze wijze eiser onder druk gezet om medewerking aan de Covid-test af te dwingen. De rechtbank acht dit onbehoorlijk. De opmerking van verweerder ter zitting dat verweerder in deze omstandigheden “geen open kaart” kan spelen acht de rechtbank ongepast. Eiser dient te worden geïnformeerd over zijn verplichtingen en over de inspanningen die verweerder verricht waarbij niet kan worden gesuggereerd dat de detentie van onbepaalde duur zal zijn als eiser niet meewerkt. Nu de maatregel reeds onrechtmatig is vanwege niet voldoende voortvarend handelen in de eerste fase van de detentie zal de rechtbank geen gevolgen verbinden aan bovenstaande handelwijze van verweerder.
De uitspraak op rechtspraak.nl