Rb. Den Haag 1 juli 2021, ECLI:NL:RBDHA:2021:7829

Besluiten tot herziening en terugvordering AOW-toeslag. Gelet op het inkomen van haar partner heeft eiseres in 2018 en van januari tot en met september 2019 te veel toeslag ontvangen. Verweerder heeft dit inkomen mogen schatten voor de vaststelling van de hoogte van de voorlopige toeslag die als voorschot wordt uitbetaald. Als eiseres van mening was dat verweerder een onjuist bedrag aan geschat inkomen hanteerde, had het op haar weg gelegen om dit te melden. Verweerder heeft de inkomsten van de partner van eiseres terecht als pensioenuitkeringen aangemerkt. Pensioenuitkeringen worden als overig inkomen geheel in mindering gebracht op de toeslag. Verweerder kon en hoefde niet van de dwingende wettelijke bepalingen af te wijken, was verplicht de toeslag te herzien en de te veel betaalde toeslag terug te vorderen en hoefde geen dringende redenen aan te nemen om van herziening en terugvordering af te zien. Het beroep op het vertrouwensbeginsel slaagt niet. De beroepen zijn ongegrond.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen

Aangehaalde uitspraken