Rb. Den Haag 24 februari 2021, ECLI:NL:RBDHA:2021:1649

Tatoeage christelijke afbeelding – gestelde afvalligheid en gestelde bekering ongeloofwaardig – verweerder mag verwachten dat indien eiser vreest dat hij zijn tatoeage niet onder alle omstandigheden bedekt kan houden hij zijn tatoeage verwijdert of wijzigt. De rechtbank overweegt dat eiser, ondanks de geringe omvang en de locatie van de tatoeage, niet in staat moet worden geacht onder elke omstandigheid zijn tatoeage bedekt te kunnen houden. Van eiser mag weliswaar verwacht worden dat hij bij een niet geloofwaardig geachte bekering zijn eigen gedragingen aanpast aan en afstemt op het niet zichtbaar zijn van zijn tatoeage van een christelijk symbool. Eiser heeft evenwel alleen invloed op zijn eigen gedragingen. Eiser kan echter ook in een situatie terecht komen waarin hij geen invloed kan uitoefenen op het al dan niet bedekken van zijn tatoeage. De rechtbank overweegt dat het hebben van een tatoeage zonder dat hier een geloofsovertuiging of andere uitoefening van grondrechten aan ten grondslag ligt niet meer dan een uiterlijke verfraaiing van het lichaam is. Omdat de bekering van eiser ongeloofwaardig is geacht, is in het geval van eiser het laten verwijderen of wijzigen van de tatoeage niet het moeten betrachten van terughoudendheid. De rechtbank overweegt dat om gevaar bij terugkeer uit te sluiten het enkel moeten verwijderen of aanpassen van een uiterlijke verfraaiing die op het lichaam is aangebracht geen wettelijke basis vereist. Naar het oordeel van de rechtbank is een zekere inbreuk op de lichamelijk integriteit gerechtvaardigd wanneer aan de tatoeage van een religieuze afbeelding geen (geloofwaardige) bekering of godsdienstovertuiging ten grondslag ligt, maar dit slechts een individuele uitdrukking en persoonlijke voorkeur tot verfraaiing betreft. Redengevend daarvoor is dat de tatoeage in dat geval geen bepalende factor betreft waarmee de uitdrukking van de persoonlijke identiteit dermate onlosmakelijk met dieperliggende godsdienstige gevoelens is verbonden dat met het verwachten deze te verwijderen ongerechtvaardigd het betrachten van terughoudendheid inzake religieuze uitingen wordt verlangd. De rechtbank acht dus niet zozeer relevant dat het verwijderen of aanpassen van een tatoeage technisch gezien relatief eenvoudig en nagenoeg pijnloos is en evenmin is doorslaggevend dat de verwijdering of wijziging geen enkel effect zal hebben op de lichaamsfuncties, het lichaam niet beschadigen en ook geen binnendringen van het lichaam behelst.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen

Aangehaalde uitspraken