Rb. Den Haag 22 november 2021, ECLI:NL:RBDHA:2021:12947

Vennootschapsbelasting; art. 17, lid 3, aanhef en letter b, Wet Vpb 1969; buitenlands belastingplichtige met inkomen uit een aanmerkelijk belang in een in Nederland gevestigde vennootschap; antimisbruikregel. Voorop staat dat zonder eiseres (een in het buitenland gevestigde vennootschap) meer Nederlandse belasting verschuldigd is dan met haar het geval is; dat levert een bewijsvermoeden op dat misbruik zich voordoet. Eiseres slaagt echter in de alsdan op haar rustende bewijslast om tegenbewijs te leveren om het misbruikvermoeden te ontzenuwen. Zij heeft aannemelijk gemaakt dat in haar geval geen sprake is van een ontgaansmotief; zij houdt haar belang niet met als hoofddoel of een van de hoofdoelen om de heffing van inkomstenbelasting of dividendbelasting bij een ander te ontgaan. Voor de toepassing van een antimisbruikbepaling is dan geen plaats. (Beroep gegrond.)

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen

Aangehaalde uitspraken