Rb. Den Haag 16 november 2021, ECLI:NL:RBDHA:2021:12895

‘De navorderingsaanslagen 2006 tot en met 2014 zijn terecht en naar de juiste bedragen opgelegd. In eisers geval is geen sprake van een individuele buitensporige last, reeds omdat hij geen goed inzicht heeft gegeven in zijn volledige inkomens- en vermogenspositie in de jaren 2013 en 2014. De vergrijpboetes zijn terecht en tot de juiste bedragen opgelegd. De rechtbank concludeert dat de redelijke termijn waarbinnen deze zaak had moeten worden afgedaan met ongeveer een jaar en vier maanden is overschreden. De rechtbank ziet in die overschrijding aanleiding de boetes te matigen met 15%.’

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen

Aangehaalde uitspraken