Rb. Den Haag 20 oktober 2021, ECLI:NL:RBDHA:2021:12258
Vordering tot vernietiging van een arbitraal vonnis van een scheidsgerecht ingesteld door het Permanent Hof van Arbitrage. De arbitrale procedure is gevoerd op basis van twee bilaterale investeringsverdragen tussen Egypte en Finland. Onderwerp van het debat in de arbitrale procedure en de vernietigingsprocedure is de vraag of [gedaagde] de Finse, de Egyptische of beide nationaliteiten heeft. Aan de vordering liggen vier vernietigingsgronden ten grondslag. Geen van deze slaagt en zodat de vordering wordt afgewezen. De rechtbank heeft ten aanzien van vernietigingsgrond 1 geoordeeld dat het scheidsgerecht het beginsel voor hoor en wederhoor niet heeft geschonden door Egypte niet toe te staan om argumenten aan te voeren over de dubbele nationaliteit van [gedaagde] nadat in een bestuursrechtelijke procedure was komen vast te staan dat [gedaagde] de Finse nationaliteit heeft. Dit was voldoende voorzienbaar voor Egypte en geen nieuw feit waarover Egypte zich had moeten uitlaten in de arbitrale procedure. De rechtbank heeft verder ten aanzien van vernietigingsgrond 2 geoordeeld dat het scheidsgerecht bevoegd was om te oordelen over de vordering, ook in het geval [gedaagde] een dubbele Fins-Egyptische nationaliteit heeft. De rechtbank heeft ten slotte ten zien van de vernietigingsgronden 3 en 4 geoordeeld dat het Scheidsgerecht zijn opdracht niet geschonden heeft dan wel dat Scheidsgerecht het recht op hoor en wederhoor van Egypte geschonden heeft door een vergoeding voor de schending van de FET-clausule toe te wijzen.
De uitspraak op rechtspraak.nl
Aangehaalde artikelen
- Artikel 21 Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering
- Artikel 1020 Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering
- Artikel 1022 Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering
- Artikel 1039 Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering
- Artikel 1052 Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering
- Artikel 1065 Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering
- Artikel 6 EVRM
Aangehaalde uitspraken
- Conclusie A-G Vlas 23 april 2021, ECLI:NL:PHR:2021:425
- Hof Den Haag 18 februari 2020, ECLI:NL:GHDHA:2020:234
- HR 12 april 2019, ECLI:NL:HR:2019:565
- HR 26 september 2014, ECLI:NL:HR:2014:2837
- HR 6 april 2012, ECLI:NL:HR:2012:BV7828
- HR 29 juni 2007, ECLI:NL:HR:2007:BA3516
- HR 25 mei 2007, ECLI:NL:HR:2007:BA2495
- HR 21 maart 1997, ECLI:NL:HR:1997:AA4945
- HR 18 juni 1993, ECLI:NL:HR:1993:ZC1003
- HR 9 januari 1981, ECLI:NL:HR:1981:AG4130