Rb. Den Haag 28 augustus 2020, ECLI:NL:RBDHA:2020:8232
Medeplegen art. 6 WVW. Er is sprake van een nauwe en bewuste samenwerking. De verdachte heeft, samen met haar mededader, een aan haar schuld te wijten verkeersongeval veroorzaakt waarbij een ander zwaar lichamelijk letsel heeft opgelopen. Zonder daartoe bevoegd te zijn en zonder over een daartoe uitgeruste lesauto te beschikken, heeft zij rijles gegeven aan haar mededader, die geen rijbewijs had en ook geen auto kon besturen. De verdachte heeft aldus doelbewust onaanvaardbare risico’s genomen, waarbij de rechtbank met name meeweegt dat dit alles plaatsvond op klaarlichte dag op het openbaar toegankelijke parkeerterrein van een golfclub, waar de aanwezigheid van andere personen was te voorzien. Als gevolg van het handelen van de verdachte heeft het slachtoffer, destijds 72 jaar oud, een dubbele enkelbreuk opgelopen, waaraan zij is geopereerd en waarvan zij ruim twee jaar na dato nog altijd klachten ondervindt. Naar het oordeel van de rechtbank komen de ernst van het bewezen verklaarde en de omstandigheden waaronder dit is begaan, zoals hiervoor omschreven, onvoldoende tot uitdrukking in de door de officier van justitie gevorderde straf. Daarom zal de rechtbank een zwaardere straf zal opleggen dan door de officier van justitie is gevorderd.
De uitspraak op rechtspraak.nl