Rb. Den Haag 15 juli 2020, ECLI:NL:RBDHA:2020:7543
Eiseres houdt zich bezig met mining van bitcoins. Daartoe heeft zij computer- en koelapparatuur aangeschaft. Op deze aanschaf en de elektriciteit die nodig is om de apparatuur te laten werken is omzetbelasting in rekening gebracht. Eiseres heeft de voorbelasting in aftrek gebracht. De rechtbank is van oordeel dat door eiseres belastbare prestaties worden verricht. In dat geval is tussen partijen niet in geschil dat de prestaties zijn vrijgesteld en dat de aan eiseres in rekening gebrachte omzetbelasting op grond van artikel 15, tweede lid, onderdeel c. van de Wet op de omzetbelasting 1968 (de Wet) toch in aftrek kan worden gebracht indien haar afnemers buiten de Gemeenschap zijn gevestigd. Eiseres weet niet precies wie haar afnemers zijn en kan daar redelijkerwijs ook niet achter komen. Aldus is niet duidelijk hoeveel procent van haar afnemers buiten de Gemeenschap is gevestigd. Zij heeft algemene statistische gegevens overgelegd waaruit volgt dat de handel in bitcoins voor 98% buiten de Europese Unie plaatsvindt. Handel in bitcoins is echter niet hetzelfde als mining van bitcoins. De rechtbank ziet aanleiding aan de Hoge Raad de volgende vragen voor te leggen ter beantwoording bij wijze van prejudiciële beslissing: 1) Mag de wettekst van artikel 15, tweede lid, onderdeel c. van de Wet zo ruim worden geïnterpreteerd dat, in geval van ernstige en reële bewijsnood, met een vermoeden of met algemene statistische gegevens kan worden onderbouwd dat de ontvanger van een dienst buiten de Gemeenschap is gevestigd? 2) Zo de eerste vraag bevestigend wordt beantwoord: mogen algemene statistische gegevens over de handel in bitcoins worden aangewend ter onderbouwing van de plaats van vestiging van de afnemers van mining-activiteiten terwijl de handel in bitcoins niet zonder meer gelijk loopt met de mining-activiteiten?
De uitspraak op rechtspraak.nl