Rb. Den Haag 25 juni 2020, ECLI:NL:RBDHA:2020:5690
De rechtbank heeft een 46-jarige vrouw uit Delft veroordeeld tot 15 jaar gevangenisstraf wegens diefstal met geweldpleging en medeplichtigheid aan moord. Zij heeft de mededaders opgestookt tegen het slachtoffer met de bedoeling zijn televisie in handen te krijgen en zij is mede verantwoordelijk voor het bij de diefstal gebruikte geweld, ook al heeft zij dat zelf niet gepleegd. Zij is ook behulpzaam geweest bij het plegen van de moord door de dader met haar auto naar de woning van het slachtoffer te brengen en met draaiende motor buiten te wachten terwijl zij wist dat de dader van plan was het slachtoffer te doden.
De uitspraak op rechtspraak.nl
Tekst
Rechtbank DEN HAAG
Strafrecht
Meervoudige strafkamer
Parketnummer: 09/857060-18
Datum uitspraak: 25 juni 2020
Tegenspraak
(Promisvonnis)
De rechtbank Den Haag heeft op de grondslag van de tenlastelegging en naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting het navolgende vonnis gewezen in de zaak van de officier van justitie tegen de verdachte:
[verdachte] ,
geboren op [geboortedag] 1974 te [geboorteplaats] ,
thans gedetineerd in de penitentiaire inrichting HvB Nieuwersluis.
Inleiding; aard van de zaak
1 De aanleiding voor deze zaak is de gewelddadige dood van [slachtoffer] op 22 januari 2018. Op die datum werd het levenloze lichaam van het slachtoffer (hierna ook te noemen: [slachtoffer] ) aangetroffen in zijn woning aan het [adres 1] te Den Hoorn. [slachtoffer] lag op de grond in de woonkamer van zijn woning. Zijn voeten en handen waren met tape gekneveld, en in zijn rug stak een mes. Het lichaam van [slachtoffer] vertoonde daarnaast ernstige andere verwondingen, onder meer aan het hoofd.
2 Na onderzoek zijn drie personen aangehouden op verdenking van betrokkenheid bij de dood van [slachtoffer] . Behalve de verdachte (die hierna ook met haar eigen naam zal worden aangeduid) waren dit [medeverdachte 1] en [medeverdachte 2] . De verdachten hebben ieder voor zich verklaringen afgelegd over wat er op 22 januari 2018 zou zijn gebeurd. Die verklaringen lopen uiteen, en staan op een aantal cruciale punten diametraal tegenover elkaar. Wat er uit die verklaringen in elk geval wel kan worden afgeleid (omdat de verdachten daar grotendeels eensluidend over verklaren en op basis van beeldmateriaal van bewakingscamera’s) is, dat alle verdachten tezamen op 22 januari 2018 in een door [verdachte] bestuurde auto naar het huis van [slachtoffer] zijn gegaan. Alle drie de verdachten zijn toen binnen geweest, en [slachtoffer] is zwaar mishandeld. De verdachten zijn daarna vanuit het huis van [slachtoffer] terug naar het huis van [verdachte] gegaan, met medeneming van een televisie die in het huis van [slachtoffer] stond. Later op diezelfde dag zijn de verdachten teruggegaan naar het huis van [slachtoffer] . [medeverdachte 1] en [medeverdachte 2] zijn toen wederom binnen geweest. Bij die gelegenheid is [slachtoffer] in zijn rug en zijn borst gestoken. [medeverdachte 1] en [medeverdachte 2] beschuldigen elkaar ervan de messteken te hebben toegebracht.
3 Aan alle verdachten wordt door het openbaar ministerie verweten dat zij samen door toepassing van geweld diverse goederen (waaronder de televisie) van [slachtoffer] hebben gestolen, en hem wederrechtelijk van zijn vrijheid hebben beroofd. Daarnaast zouden alle verdachten zich samen met elkaar hebben schuldig gemaakt aan moord op [slachtoffer] . Als dat voor wat betreft [verdachte] en [medeverdachte 2] niet zou worden bewezen, wordt hun medeplichtigheid aan de moord verweten, omdat zij daarbij behulpzaam zijn geweest.
De tenlastelegging
4 Aan de verdachte is - na wijziging van de tenlastelegging ter terechtzitting - ten laste gelegd hetgeen is vermeld in de dagvaarding. De tekst van de tenlastelegging is als bijlage I aan dit vonnis gehecht.
Procesverloop
5 Het onderzoek is gehouden op pro forma terechtzittingen van 1 juni 2018, 3 augustus 2018, 12 oktober 2018, 28 december 2018, 15 maart 2019, 24 mei 2019 en 9 augustus 2019. De zaak stond inhoudelijk gepland op 26 en 27 september 2019, maar die behandeling is niet doorgegaan in verband met nadere onderzoekswensen, ingediend door de raadsman van [verdachte] . Nadat op die onderzoekswensen was beslist hebben pro forma zittingen plaatsgevonden op 25 oktober 2019, 10 januari 2020 en 2 april 2020. Ter terechtzitting van 26, 27 en 28 mei 2020 is de zaak inhoudelijk behandeld. Op 11 juni 2020 is het onderzoek ter terechtzitting gesloten en is de uitspraak bepaald op 25 juni 2020.
6 De rechtbank heeft kennisgenomen van de vordering van de officier van justitie
mr. D. Kortekaas en van hetgeen door de verdachte en haar raadsman mr. Y. Moszkowicz naar voren is gebracht.
Standpunten van de procesdeelnemers
Openbaar ministerie
7 De officier van justitie heeft gerekwireerd tot bewezenverklaring van het onder 1 cumulatief/alternatief ten laste gelegde feit en het onder 3 primair ten laste gelegde feit en tot vrijspraak van het onder 2 ten laste gelegde feit. De officier van justitie heeft gevorderd dat de verdachte word veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 15 jaren, met aftrek van de tijd in voorarrest doorgebracht.
Verdediging
8 De verdediging heeft van alle ten laste gelegde feiten vrijspraak bepleit.
Bewijsoverwegingen
Resultaten van het onderzoek
Melding en eerste relaas van verbalisanten ter plaatse
9 Op 22 januari 2018 omstreeks 19.00 uur kwam op het politiebureau in Delft een melding binnen dat er op het [adres 1] in Den Hoorn een persoon mishandeld zou zijn en dat deze met een mes in zijn rug was gestoken. Bij de verbalisanten die daar vervolgens zijn heengegaan was bekend dat op dat adres woonachtig was [slachtoffer] . Een van die verbalisanten had [slachtoffer] tien dagen eerder gesproken toen hij in verwarde toestand de inboedel van zijn huis aan het leeghalen was. [slachtoffer] stond, aldus de verbalisant, bekend als harddrugsgebruiker.
10 Toen de verbalisanten om 19.05 uur bij de woning [adres 1] aankwamen hoorden zij iemand roepen: hij is dood hoor, hij heeft een mes in zijn rug zitten. Die persoon bleek later te zijn [getuige 1] . Verbalisant [naam verbalisant] relateert dat hij de woning is ingegaan en een lichaam op de grond zag liggen, en dat hij zag dat dit de hem bekende [slachtoffer] was. [slachtoffer] lag op zijn linkerzij, in foetushouding in een plas bloed. Er lagen veel glasscherven om hem heen. De verbalisant wist dat daar normaal een glazen tafel stond. De verbalisant zag dat de benen van [slachtoffer] met zilverkleurig tape aan elkaar waren gebonden. Zijn polsen waren ook getapet, maar die tape was losgeraakt. De verbalisant zag dat er een mes in de rug van [slachtoffer] zat. De verbalisant constateerde geen ademhaling en vermoedde dat [slachtoffer] was overleden. Omstreeks 19.15 uur kwamen twee ambulancemedewerkers ter plaatse. Na onderzoek deelden deze mede dat er geen hartslag te voelen was. Een van de ambulancemedewerkers wees op het achterhoofd van [slachtoffer] en de verbalisant zag daar stollingen, bulten en paarse vlekken. Volgens de ambulancemedewerker zou dit wijzen op harde klappen op het hoofd. Vervolgens kwamen de districtsrecherche en de forensische opsporing ter plaatse.
Beschrijving van de situatie in het forensisch dossier
11 De woning aan het [adres 1] betreft een maisonettewoning op de derde woonlaag van een appartementencomplex. Op die laag zijn twee voordeuren, die van [adres 1] en [adres 2] . De woning heeft op de begane grond een gang, badkamer en woonkamer met open keuken. In de woonkamer is een trap naar de eerste verdieping, waar zich twee slaapkamers bevinden. Op die eerste etage is een vide met uitzicht op de woonkamer.
12 In de woonkamer lag op de vloer voor de slaapbank het levenloze lichaam van [slachtoffer] . Hij lag op zijn linkerzij met de benen iets opgetrokken. De benen van het slachtoffer waren boven de enkels aan elkaar vast getapet door middel van grijskleurig tape. De handen van het slachtoffer lagen bij elkaar voor het gezicht waarbij direct bij die handen eveneens grijskleurig tape lag. De structuur van al deze tape kwam overeen met die van een rol grijskleurig tape, die op de zitting van de bank in de zithoek werd aangetroffen. Rondom het slachtoffer lag een groot aantal glasstukjes op de vloer. In de nabijheid lagen twee delen van een Ikea salontafel waarop ook gebroken glas zat. Uit de forensische foto’s blijkt dat het slachtoffer in een grote plas bloed lag, onder meer rond zijn hoofd.
13 In het midden van de rug van het slachtoffer stak een mes. Dat mes is ter plaatse uit het lichaam verwijderd. Daarbij werd geconstateerd dat het lemmet van het mes verbogen was. In de rug van het T-shirt van het slachtoffer zaten, naast het steekgat waaruit het mes was verwijderd, nog twee steekgaten. Na verwijdering van de kleding van het slachtoffer waren meerdere kennelijke steekverwondingen zichtbaar.
14 Naar later is gebleken (en zal worden gerelateerd bij de bespreking van het sectierapport, hieronder, r.o. 22) bevond zich in één van de steekgaten in het lichaam het afgebroken lemmet van een tweede mes.
15 Na verwijdering van het lichaam is op de plaats waar het had gelegen een kennelijk afgebroken lemmet van een (derde) mes gevonden.
16 In de nabijheid van het slachtoffer lag een digitaal horloge waarvan het kunststof bandje bij de kast verbroken was.
17 Op de houten vloer lag een metalen ketting (markering 5).
18 Op de houten vloer nabij de slaapbank lag een zilverkleurige oorbel, met aan beide uiteinden een ronde bol met blauwkleurige stip (markering 18).
19 Op de houten vloer nabij de roodkleurige stoel lag een oorbel met een hanger van een witkleurige vleugel (markering 19).
Onderzoek aan het lichaam van het slachtoffer
Rapport schouwarts
20 De schouwarts F.A. Nijkamp heeft blijkens het schouwverslag van 23 januari 2018 geconstateerd dat aan de voor- en achterzijde van het lichaam van het slachtoffer steekverwondingen aanwezig waren. Het slachtoffer lag in een woning liggend op zijn zij in een plas bloed met handen en voeten middels tape vastgebonden. Uit de rug van het slachtoffer stak het heft van een mes. Na verwijdering uit het lichaam bleek het lemmet van het mes krom te zijn en circa 20 centimeter groot. De schouwarts heeft geconcludeerd dat sprake was van een niet-natuurlijke dood ten gevolge van een misdrijf. Er waren absoluut geen aanwijzingen voor een ongeval, suïcide of medische fout. De meest waarschijnlijke doodsoorzaak was verbloeding ten gevolge van inwendig en uitwendig bloedverlies door meerdere messteken in de thorax. Ook was sprake van hoofd- en mogelijk hersenletsel. In hoeverre dat aan het overlijden heeft bijgedragen, viel bij de uitwendige schouw niet te zeggen.
Rapport forensische CT-scan
21 Het lichaam van het slachtoffer is vervoerd naar het Meander Medisch Centrum te Amersfoort en op 23 januari 2018 onderworpen aan een CT-Total body scan. Hiervan is door forensisch radioloog drs. F. Bakers van het Maastricht UMC+ een rapport opgemaakt, gedateerd 15 mei 2018. Het rapport houdt -samengevat- het volgende in. Op de scan zijn meerdere huiddefecten, verwondingen, ribfracturen en een klaplong beiderzijds te zien. Er is veel bloed zichtbaar in de hersenen en in holtes in het lichaam en er is sprake van een defect aan de grote lichaamsslagader. Daarnaast zijn er in het lichaam drie trajecten te zien van een metaal dense structuur, die herleidbaar zijn als steekkanalen van een mes. In één van de trajecten is nog een afgebroken lemmet zichtbaar op de scan. Blijkens het radiologisch onderzoek lopen trajecten 1 en 2 vanaf de rug naar de voorkant van het lichaam en loopt traject 3 vanaf de borstholte naar de achterkant van het lichaam. Op de scan is te zien dat traject 1 in de rechterlong eindigt. Dit traject is verantwoordelijk voor de klaplong rechts. Traject 2 heeft gezorgd voor een beschadiging aan de grote lichaamsslagader, met als gevolg uitgebreid bloedverlies in de borstholte aan de linkerzijde. Trajecten 2 en 3 zijn verantwoordelijk voor de klaplong links. Trajecten 1 en 3 hebben ook bijgedragen aan het bloedverlies door beschadiging van de slagader gelegen onder de ribben. De conclusie van de forensisch radioloog is dat de acute doodsoorzaak is vast te stellen op basis van verbloeding (veroorzaakt door traject 2). De klaplong aan beide kanten (veroorzaakt door trajecten 1, 2 en 3) en de bloeding rondom de hersenen (meest waarschijnlijk gerelateerd aan extern inwerkend geweld) zullen hieraan een bijdrage hebben geleverd.
Sectierapport
22 Op 24 januari 2018 is het lichaam van het slachtoffer onderworpen aan een sectie in het Centrum voor Gerechtelijke Geneeskunde van het Universitair Ziekenhuis te Antwerpen. Hiervan is door dr. E. De Boosere een rapport opgemaakt, gedateerd 12 april 2018. Onderdeel van dit rapport is een rapport van toxicologisch onderzoek, opgemaakt door dr. W. Jacobs op 28 maart 2018. Het lichaam is uitgebreid onderzocht door middel van een inwendige en uitwendige lijkschouw en daarnaast is een toxicologisch onderzoek verricht. Het rapport houdt (samengevat en onder meer) het volgende in.
Uitwendige schouwing
Aan het lichaam, en met name aan het hoofd, zijn vele ecchymosen, (rechtbank: blauwe plekken), soms gepaard gaande met verwondingen, aangetroffen. Als eerste wordt vermeld een zone met blauwe plekken en oppervlakkige snijwonden fronto-temporaal (rechtbank: bovenop het hoofd) aangemerkt als nr. 1.
Daarnaast zijn onder meer blauwe plekken aangetroffen op de volgende plaatsen:
op de rechterwang, zich uitstrekkend vanaf het rechteroog tot voor het rechteroor;
aan de achterzijde van de oorschelp;
op de linkerwang, onder het linker oog en zich uitstrekkend tot aan het linkeroor, met scheuring van het onderste gedeelte van de linker oorlel. Ook aan de achterzijde van het linkeroor wordt een scheuring aangetroffen;
in de hoofdhuid, ter hoogte van het linkeroor;
in de linker halsstreek;
aan de boven-en onderlip, waar ook kleine scheuringen zichtbaar zijn;
aan de basis van het linker ribbenrooster;
aan de voorzijde van de rechterbovenarm;
aan de binnenzijde van de rechterelleboog;
aan de rechter bovenarm;
aan de basis van de rechterduim;
aan de linker voorarm;
aan de achterzijde van de linkerarm;
aan de linker pols;
aan de linkerdij;
op het achterhoofd.
Ook is sprake van een bilateraal brilhematoom met lichte zwelling van de bovenste oogleden (rechtbank: twee blauwe ogen).
Verder zijn er diverse kleinere schaaf- en snijwonden.
Wat betreft als steekverwondingen (dat wil zeggen: aangebracht door een stekend of snijdend voorwerp) aan te merken letsels worden één verwonding in de borst (nr. 15) en drie wonden in de rug (nrs. 39, 40 en 41) waargenomen.
Inwendige schouwing
Bij opening van de schedel wordt een subarachnoïdale bloeding opgemerkt (rechtbank: een bloeding in de ruimte tussen de hersenen en de schedel).
Een groot bloederig infiltraat wordt aangetroffen op het bovenste gedeelte van de rug. Er wordt in de rug, ter hoogte van de achtste, negende rib posterieur links, een gekarteld lemmet aangetroffen van 13,2 cm lang en maximaal 2 cm breed. Dit lemmet is onregelmatig afgebroken.
Bij opening van de thorax is een bloederig infiltraat te zien in de pectoraalspieren, vooral bovenaan de linkerthoraxhelft. Een grote perforatie wordt geobserveerd ter hoogte van de tweede intercostale ruimte met een breuk van de tweede en de derde rib links. Er wordt een grote bloeduitstorting opgemerkt langs de thoracale wervelkolom.
De aortawand vertoon een partiële perforatie over een lengte van 1,7 cm. De wand wordt omgeven door bloederig infiltraat. Perforatie van de aorta ter hoogte van de aorta ascendens.
Toxicologisch onderzoek
In het lichaam van het slachtoffer werd een cocktail aan drugs, te weten cocaïne, straatheroïne, amfetamine, MDMA, cannabis en mogelijk GHB teruggevonden, maast het opiaat-substitutieproduct methadon en het benzodiazepine valium. De concentraties in het bloed wijzen erop dat het slachtoffer op het moment van overlijden zeer waarschijnlijk onder invloed was van het gebruik van cocaïne, heroïne, amfetamine, methadon en diazepam. Het uiteindelijke effect van deze cocktail zal zeer sterk afhankelijk zijn geweest van de opgebouwde tolerantie van het slachtoffer tegen deze middelen.
Conclusies
Bij sectie zijn aanwijzingen gevonden voor enerzijds fors stomp kneuzend en/of botsend geweld, meest uitgesproken ter hoogte van het gelaat en achterhoofd en anderzijds scherp snijdend/perforerend geweld, vooral ter hoogte van de romp.
Bij het uitwendig onderzoek werden enerzijds letsels vastgesteld duidend op stomp kneuzend en/of botsend geweld, te weten meerdere recente ecchymosen en schaafletsels ter hoogte van het achterhoofd, gelaat, (vooral), hals, romp en ledematen.
Anderzijds werden uitwendig meerdere scherprandige kwetsuren passend bij snij/steekverwondingen gezien:
- linker voorhoofd (oppervlakkig);
- voorzijde romp (meerdere oppervlakkig en 1 dieper, penetrerend);
- rug: 1 oppervlakkig (niet penetrerend) en 2 diepe penetrerende steekwonden. In één van de penetrerende steekwonden werd bij de sectie een afgebroken lemmet aangetroffen;
- meerdere oppervlakkige snijwondjes ter hoogte van de beide bovenste ledematen.
Het inwendig onderzoek stelde de volgende traumata en trauma-gerelateerde afwijkingen in
het licht:
- tekenen van stompe kneuzing ter hoogte van de onderhuidse weefsels van de scalp
(vooral linkszijdig) met uitgebreide subdurale/subarachnoïdale hersenvliesbloeding;
- meerdere ribbreuken passend bij forst stomp kneuzend geweld;
- hemo-/pneumothorax met collaps van de beide longen, te correleren aan de
penetrerende steekverwondingen waarbij de linkerlong bovenkwab en de
borstaorta werden geraakt;
- bloedarme thoraco-abdominale organen passend bij belangrijk bloedverlies.
Het slachtoffer vertoonde de volgende onderliggende ziekelijke afwijkingen:
- longemfyseem;
- levercirrose;
- neuro-endocriene tumor in de rechterlong.
Alhoewel elk van deze ziekelijke afwijkingen statistisch gezien aanleiding geven tot een
belangrijke reductie van de sterfteleeftijd en elk van deze aandoeningen op middellange
termijn een reden tot overlijden hadden kunnen vormen, zijn deze afwijkingen in
bovenbeschreven context irrelevant met betrekking tot de oorzaak van het overlijden.
De bij het toxicologisch onderzoek aangetroffen cocktail aan drugs in combinatie met andere producten is niet van een aard om het overlijden te kunnen verklaren.
De eindconclusie luidt dat het intreden van de dood wordt verklaard door massief bloedverlies na thoracale steekverwondingen waarbij de borstaorta doorstoken werd.
Het craniocerebraal trauma is eveneens te beschouwen als een potentiële doodsoorzaak.
Foto’s
23 Aangezien het beeldmateriaal in het aan de rechtbank en de verdediging ter beschikking gestelde forensisch dossier van zeer slechte kwaliteit was (kennelijk als gevolg van het veelvuldig scannen en kopiëren van het originele dossier, dat nimmer aan de rechtbank ter beschikking is gesteld), is in opdracht van de rechtbank een USB-stick aan het dossier toegevoegd waarop alle forensische foto’s alsmede de foto’s van de gerechtelijke sectie in de oorspronkelijke kwaliteit voorkomen.
Verklaringen van getuigen die het slachtoffer hebben gevonden
24 Op het moment dat de politie na de melding op 22 januari 2018 bij het huis van het slachtoffer aankwam werden daar drie personen aangetroffen. Deze personen zijn -kennelijk zekerheidshalve- aanvankelijk als verdachten aangemerkt maar uiteindelijk als getuigen. Zij hebben het volgende verklaard.
25 [getuige 2] is woonachtig aan het [adres 2] te Den Hoorn. [slachtoffer] is een oude junk die het huis naast hem toegewezen heeft gekregen. Er kwamen veel mensen bij [slachtoffer] over de vloer, hij handelde wat in speed. Oude junkies kochten dat bij hem. Hij, de getuige, heeft [slachtoffer] voor het laats gezien op 22 januari 2018 rond 15.00 uur. Hij kwam toen 5 euro lenen. Hij heeft [slachtoffer] een tientje gegeven, en [slachtoffer] gaf 5 euro teug. Hij zou het binnen een uurtje komen teruggeven. [getuige 3] was toen bij hem op bezoek. Rond 18.00 uur kwam [getuige 1] in paniek aan de deur. Deze komt vaak over de vloer bij [slachtoffer] . [getuige 1] riep dat [slachtoffer] op de grond lag in een plas bloed. Hij, de getuige, liep de deur uit naar de deur van [slachtoffer] . Die deur was open. Hij heeft 112 gebeld. Daarna is hij naar binnen gegaan, en zag [slachtoffer] op de grond liggen, hij zag bloed en ook dat [slachtoffer] een mes in zijn rug had. Hij is naar zijn huis teruggegaan, heeft een biertje opengetrokken en gewacht totdat de politie er was.
26 [getuige 3] was op 22 januari 2018 aanwezig bij [getuige 2] toen [slachtoffer] daar geld kwam lenen. Hij bevestigt de verklaring van [getuige 2] . Hij weet dat [slachtoffer] drugsverslaafd was en een beetje dealde. Het laatste jaar is hij hard afgegleden, hij was ook slecht ter been.
27 [getuige 1] had met [slachtoffer] afgesproken op 22 januari 2018. Hij belde [slachtoffer] die dag op en vroeg hoe het met hem ging. Het ging niet zo goed. Hij, de getuige, is op een gegeven moment naar het huis van [slachtoffer] gegaan. Hij belde aan maar [slachtoffer] deed dtee deur niet open. Toen heeft de getuige met een ijzeren buis die voor de deur hing via de brievenbus de deur opengemaakt. Dat deed hij altijd en dat vond [slachtoffer] best. Toen hij naar binnen liep zag hij [slachtoffer] liggen in een plas bloed. Zijn handen en voeten waren vastgetapet. Hij zag dat [slachtoffer] flink in zijn gezicht was geraakt. Toen is hij naar [getuige 2] gerend en heeft geroepen dat hij 112 moest bellen. De getuige heeft met een schaar de handen van [slachtoffer] losgeknipt. Aan de getuige zijn foto’s getoond van het horloge dat op de grond is aangetroffen. De getuige herkent dat als het horloge van [slachtoffer] . Ook is aan de getuige een foto getoond van de ketting die op de grond lag. Ook die ketting herkent de getuige als een ketting die [slachtoffer] altijd om had. [slachtoffer] had een grote breedbeeld televisie in huis, een Samsung.
Bevindingen telefoon slachtoffer
28 Als getuige is gehoord mevrouw [getuige 4] Zij kent [slachtoffer] al lang, want zij heeft 20 jaar een relatie met hem gehad Over zijn situatie verklaart zij dat het tot afgelopen zomer redelijk goed met hem ging, maar daarna ging het slechter Hij was opgenomen in het Joris, en -volgens haar onbegrijpelijk- naar huis gestuurd Sindsdien gebruikte hij ook weer drugs Hij is het afgelopen jaar erg afgevallen Hij is vorig jaar geopereerd aan zijn heup Zonder rollator kon hij niet lopen Zij heeft voor hem een eenvoudig telefoontje gehaald, een Alcatel, want hij was zijn iPhone kwijtgeraakt Het nummer van die Alcatel was [telefoonnummer] Het abonnement daarvoor is recent ingegaan en wordt afgeschreven van de rekening van zijn moeder
29 Uit de historische verkeersgegevens van het nummer van [slachtoffer] blijkt het volgende. Van 23 november 2017 tot en met 22 januari 2018 heeft de SIM-kaart met het desbetreffende nummer gezeten in een Alcatel One Touch 1016D. Verder onderzoek wijst het volgende uit:
- Op 22 januari 2018 vinden er tussen 02.00.27 uur en 15.21.58 uur diverse in- en uitgaande telefoongesprekken plaats.
- Dan volgen er een aantal opvallende uitbelpogingen. Er wordt vijf keer achter elkaar een cijfer of een paar cijfers ingetoetst, waarna op de verzendknop wordt gedrukt. Oproepen komen niet tot stand omdat de cijfers geen bestaande telefoonnummers betreffen:
Te 16:17:45 uur wordt gebeld naar 8.
Te 16:18:16 uur wordt gebeld naar 811.
Te 16:18:41 uur wordt gebeld naar 900811.
Te 16:18:52 uur wordt gebeld naar 8008.
Te 16:20:15 uur wordt gebeld naar 8.
Daarna komen er nog wat ingaande oproepen binnen maar die worden doorgeschakeld naar de voicemail.
De telefoon is niet in het huis van [slachtoffer] aangetroffen.
Camerabeelden
30 Blijkens een daarvan opgemaakt proces-verbaal van bevindingen zijn de beelden van de bewakingscamera’s rondom het wooncomplex [adres 3] te Delft (alwaar [verdachte] destijds woonachtig was) veilig gesteld. Die beelden zijn bekeken voor wat betreft de periode 20 januari 2018 tot en met 23 januari 2018. Een compilatie van deze beelden is op een gegevensdrager aan het dossier toegevoegd en ter terechtzitting afgespeeld.
31 Op deze beelden is (samengevat en onder meer) het volgende te zien als geregistreerd op 22 januari 2018:
13.15 [verdachte] verlaat het complex.
13.56 [verdachte] komt terug in gezelschap van [medeverdachte 1] en [medeverdachte 2] .
--------------------
15.41 [verdachte] , [medeverdachte 1] en [medeverdachte 2] verlaten het complex.
16.47 [verdachte] , [medeverdachte 1] en [medeverdachte 2] komen terug. Voordat ze de flat binnengaan wordt er iets in containerbakken gegooid. [medeverdachte 2] draagt een breedbeeld televisie. Allen gaan met de lift naar boven.
---------------------
17.06 [verdachte] , [medeverdachte 1] en [medeverdachte 2] verlaten het complex. Voordat zij naar buiten gaan stopt [verdachte] iets wat zij uit handen van [medeverdachte 2] heeft gekregen in haar brievenbus.
17.41 [verdachte] , [medeverdachte 1] en [medeverdachte 2] komen terug en gaan met de lift naar boven.
---------------------
De tekst gaat verder: De uitspraak op rechtspraak.nl