Rb. Den Haag 20 februari 2020, ECLI:NL:RBDHA:2020:2521
In geschil is of sprake is van gebruikte auto’s en daarom Bpm verschuldigd is met vermindering op grond van artikel 10 van de Wet Bpm. De door eiseres genoemde omstandigheden, zoals het tijdsverloop tussen vervaardiging en registratie, vormen echter geen aanleiding om de auto’s alsnog als gebruikt aan te merken. De rechtbank gaat verder voorbij aan het verzoek van eiseres om prejudiciële vragen te stellen aan het HvJ over het toetsingskader van de Hoge Raad. De rechtbank is ten slotte van oordeel dat verweerder terecht het tarief van 2017 heeft toegepast, gelet op het tijdstip van registratie van de auto’s. Beroep ongegrond.
De uitspraak op rechtspraak.nl