Rb. Den Haag 1 december 2020, ECLI:NL:RBDHA:2020:12226

Deze zaak gaat over het voornemen van de Staatssecretaris van Infrastructuur en Waterstaat om het Nederlandse Hoofdrailnet met ingang van 1 januari 2025 opnieuw onderhands aan de NS te gunnen voor de duur van tien jaar. Eisers verzetten zich daartegen. Aangenomen kan worden dat er geen politiek debat meer zal komen over de door de staatssecretaris gekozen route voor onderhandse gunning. Ook kan niet worden uitgesloten dat uitvoering van alternatieven praktisch al onmogelijk is op het moment dat formeel wordt besloten het voornemen uit te voeren. Daarom zijn eisers ontvankelijk in hun vorderingen voor zover zij zich tegen die route verzetten. In geschil tussen partijen is de uitleg van het overgangsrecht van de zogenoemde PSO-verordening. Of het voornemen in strijd is met de PSO-verordening, zoals eisers stellen, kan de voorzieningenrechter op dit moment niet vaststellen. Het is aan het Hof van Justitie van de EU om uiteindelijk te beslissen over de interpretatie van een EU-verordening. De onderbouwing van eisers van hun visie geeft – hoewel die de voorzieningenrechter voorshands niet onaannemelijk voorkomt – onvoldoende houvast om in deze zaak in kort geding vergaande oordelen te vellen. Het ligt wel op de weg van de staatssecretaris het voornemen alsnog te wijzigen indien haar mocht blijken dat onderhandse gunning in deze vorm op grond van het Unierecht niet is toegestaan.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen

Aangehaalde uitspraken