Rb. Den Haag 17 november 2020, ECLI:NL:RBDHA:2020:12212

Naheffingsaanslag accijns en voorraadheffing en verzuimboete. Controle bunkertanks schip. Gehalte Solvent Yellow. De rechtbank overweegt dat zij geen aanleiding ziet om de monsterneming en de analyses van het Douanelaboratorium buiten beschouwing te laten. Daarmee staat vast dat de gasolie in de bunkertanks minder dan de voorgeschreven hoeveelheid Solvent Yellow 124 bevatte en dat het zwavelgehalte van die gasolie beduidend hoger was dan wettelijke norm van 10 mg/kg voor brandstof gebruikt door binnenvaartschepen binnen de EU. Verder overweegt de rechtbank dat verweerder heeft mogen concluderen dat de overgelegde herkomstbescheiden geen betrekking kunnen hebben op de aangetroffen gasolie en dat hij daarom geen nader onderzoek heeft hoeven instellen naar de herkomstbescheiden. De rechtbank volgt eiseres ook niet in haar stelling dat er geen accijnsbelang is omdat de gasolie in de bunkertanks wordt gebruikt voor de voortstuwing van het schip en dat daarvoor een vrijstelling geldt. Er is hier niet voldaan aan de voorwaarden voor de vrijstelling. Verder heeft verweerder eiseres kunnen en mogen aanmerken als betrokken bij het voorhanden hebben als bedoeld in artikel 51, eerste lid, onder b, van de Wet nu zij eigenaar is van het schip. Voor de stelling van eiseres dat de naheffingsaanslag naar het pro rata van het aangetroffen Solvent Yellow 124 gehalte moet worden verlaagd, kan geen steun worden gevonden in de regelgeving of in de jurisprudentie. De verzuimboete is terecht opgelegd. Eiseres maakt niet aannemelijk dat sprake is van avas. Wel wordt de boete verminderd overeenkomstig het nader standpunt van verweerder in beroep.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen

Aangehaalde uitspraken