Rb. Den Haag 16 november 2020, ECLI:NL:RBDHA:2020:11541

Omgevingsvergunning voor het realiseren van een windturbine verleend. De rechtbank begrijpt dat eiseressen zich betrokken voelen bij de onderhavige planologische ontwikkelingen en dat zij graag meer inspraak hadden willen hebben. De rechtbank ziet in hetgeen eiseressen hebben aangevoerd geen aanleiding om de voorbereiding van het bestreden besluit onzorgvuldig dan wel ondeugdelijk te achten. Ter zitting is bevestigd dat op basis van de vergunningen uit 1979 en 1985 minder dan 1.500 m2 vergund is en dat de revisievergunning geen verandering wat betreft de bruto vloeroppervlakte teweeg heeft gebracht. Naar het oordeel van de rechtbank is reeds op grond hiervan het bedrijfsgebouw van eiseres terecht aangemerkt als beperkt kwetsbaar object. Verweerder dient uit te gaan van de vergunde situatie en niet van de actuele situatie ter plaatse. Overigens heeft eiseres niet kunnen onderbouwen dat de actuele situatie afwijkend is van de vergunde situatie en dat 2.244 m2 aan bruto vloeroppervlakte gebruikt wordt als kantoor. Eiseressen voeren aan dat verweerder de veiligheidsrisico’s niet goed beoordeeld heeft. In het verweerschrift heeft verweerder uiteengezet hoe het veiligheidsrisico beoordeeld is. Volgens verweerder wordt het veiligheidsrisico bepaald door de kans op het afbreken van de rotor als gevolg van het falen van de windturbine. Verweerder verwijst wat betreft de beoordeling van de veiligheidsrisico’s naar de ‘Analyse externe veiligheid’ van 28 november 2016, welke deel uitmaakt van de vergunningaanvraag, en de ruimtelijke onderbouwing van de vergunningaanvraag. De rechtbank ziet geen aanleiding om verweerder op dit punt niet te volgen. Hetgeen in de ruimtelijke onderbouwing is geconcludeerd komt overeen met hetgeen in de Analyse externe veiligheid is opgenomen. De rechtbank ziet dan ook geen aanleiding voor twijfel aan de hierin getrokken conclusies. De rechtbank acht hierbij van doorslaggevend belang dat eiseressen geen tegenrapport van een onafhankelijke deskundige hebben ingebracht. Zij hebben enkel volstaan met de stelling dat de ruimtelijke onderbouwing op het punt van externe veiligheid niet voldoet. Dit is onvoldoende voor twijfel aan de ruimtelijke onderbouwing op dit punt. Hetzelfde geldt voor de door eiseres geuite zorgen wat betreft geluidsoverlast en het verstoren van radars. Uit de ruimtelijke onderbouwing blijkt dat de windturbine kan voldoen aan de normen uit het Activiteitenbesluit milieubeheer en dat eveneens voldaan kan worden aan aanvullende vereisten ten aanzien van geluid zoals opgenomen in de structuurvisie. Verder wordt eiseres door vergunninghoudster voldoende tegemoetgekomen in eventueel te ondervinden slagschaduwhinder. Aan een inhoudelijke beoordeling van de door eiseres geuite zorgen over de financiële gevolgen van het projectplan staat het relativiteitsvereiste in de weg, gelet op het statutaire doel van eiseres. Ten slotte slaagt het beroep op het gelijkheidsbeginsel niet, nu geen sprake is van gelijke gevallen. Gelet op het vorenstaande voldoet de ruimtelijke onderbouwing, aangevuld met de Nota, naar het oordeel van de rechtbank aan de motiveringseisen die in dit geval aan de afwijking van het bestemmingsplan moeten worden gesteld. De beroepen zijn dan ook ongegrond.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen

Aangehaalde uitspraken