Rb. Den Haag 19 oktober 2020, ECLI:NL:RBDHA:2020:10488

Eisers hebben de Afghaanse nationaliteit en zijn sjiiet en Hazara. Eiser is afkomstig uit de provincie Ghazni en eiseres uit de provincie Logar. Eisers zijn sinds eind 2015 in Nederland. Zij hebben drie minderjarige kinderen. Eiseres wordt behandeld voor PTSS. Kind 2 vertoont een fikse achterstand in spraak- en taalontwikkeling en heeft langdurige gedrags- en emotionele problemen. Sinds juni 2019 is het gezin in behandeling bij de stichting Jeugdhulp. Daarnaast is het gezin aangemeld bij Centrum ’45 voor de behandeling van pshycho-traumatische klachten. In geschil is of verweerder terecht aan de afwijzing van de asielaanvragen ten grondslag heeft gelegd dat eisers niet in aanmerking komen voor subsidiaire bescherming op grond van artikel 15, aanhef en onder c, Kwalificatierichtlijn. De rechtbank wenst het Hof de volgende prejudiciële vragen te stellen: 1. Beoogt artikel 15, aanhef en onder c, van de Kwalificatierichtlijn uitsluitend bescherming te bieden in de uitzonderlijke situatie dat de mate van willekeurig geweld in het kader van een internationaal of binnenlands gewapend conflict dermate hoog is dat zwaarwegende gronden bestaan om aan te nemen dat een burger die terugkeert naar het betrokken land of, in voorkomend geval, naar het betrokken gebied, louter door zijn aanwezigheid daar een reëel risico loopt op de in dat artikelonderdeel bedoelde bedreiging? En valt deze uitzonderlijke situatie onder de 'most extreme case of general violence', zoals bedoeld in het arrest N.A. tegen het Verenigd Koninkrijk? Indien het eerste deel van de eerste vraag ontkennend wordt beantwoord: 2. Dient artikel 15, aanhef en onder c, van de Kwalificatierichtlijn aldus te worden uitgelegd dat ook een minder hoge mate van willekeurig geweld dan de eerdergenoemde uitzonderlijke situatie, in samenhang met persoonlijke en individuele omstandigheden van een verzoeker ertoe kan leiden dat zwaarwegende gronden bestaan om aan te nemen dat een verzoeker die terugkeert naar het betrokken land of naar het betrokken gebied een risico loopt op de in dat artikellid bedoelde bedreiging? Indien de tweede vraag bevestigend wordt beantwoord: 3. Dient in dat kader een glijdende schaal te worden gehanteerd met een differentiatie in mogelijke niveaus van willekeurig geweld en de daarbij behorende mate van individuele omstandigheden? En welke persoonlijke en individuele omstandigheden kunnen een rol spelen bij de beoordeling van de beslissingsautoriteit en de nationale rechter? Indien de eerste vraag bevestigend wordt beantwoord: 4. Wordt aan het bepaalde in artikel 15 van de Kwalificatierichtlijn voldaan wanneer aan een verzoeker die zich in een situatie bevindt waarin sprake is van een mate van willekeurig geweld die minder hoog is dan in de bedoelde uitzonderlijke situatie en hij bewijs kan leveren dat hij specifiek wordt geraakt (onder meer) om redenen die te maken hebben met zijn persoonlijke omstandigheden, uitsluitend subsidiaire bescherming wordt verleend op grond van artikel 15, aanhef en onder a of b, van deze Kwalificatierichtlijn?

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen

Aangehaalde uitspraken