Rb. Den Haag 21 juni 2019, ECLI:NL:RBDHA:2019:6486

Spoed: voorlopige voorziening visum kort verblijf. Doel en omstandigheden van het verblijf niet aangetoond: verzoeker wil vóór zijn 18e verjaardag erkend worden door zijn Nederlandse vader zodat hij de Nederlandse nationaliteit kan krijgen. Uit artikel 1:204, eerste lid, onder d, van het Burgerlijk Wetboek volgt dat voor de erkenning de fysieke aanwezigheid van verzoeker voor de gemeente niet noodzakelijk is, in het geval dat hij een schriftelijke toestemming kan overleggen. Het is niet noodzakelijk daarvoor een notariële akte te overleggen, dit is alleen het geval bij het doen van een naamskeuze. Daarvan is in het geval van verzoeker geen sprake, nu hij reeds de achternaam van zijn vader draagt. De voorzieningenrechter is daarom van oordeel dat het doel en de omstandigheden van het verblijf van verzoeker niet zijn aangetoond. Het verzoek om een voorlopige voorziening is afgewezen.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen

Aangehaalde uitspraken