Rb. Den Haag 14 februari 2019, ECLI:NL:RBDHA:2019:1243

Schadevergoedingsverzoek ex artikel 591a Sv. Tegen verzoeker is de verdenking ontstaan dat hij eind jaren zeventig en begin jaren tachtig in Argentinië betrokken is geweest bij zogeheten dodenvluchten. Verzoeker is in 2006 in Nederland als verdachte aangemerkt ter zake van overtreding van de Wet internationale misdrijven. In 2018 heeft de officier van justitie de zaak geseponeerd. In de tussenliggende jaren is verzoeker betrokken geweest bij diverse procedures, waaronder een kort geding en beklag- en bezwaarprocedures in Nederland, een uitleveringsprocedure in Spanje, een strafrechtelijke vervolging in Argentinië en een procedure bij de Inter-American Commission on Human Rights. Verzoeker stelt dat de kosten raadsman in al deze procedures voor vergoeding op de voet van artikel 591a Sv in aanmerking komen, omdat deze kosten zijn gemaakt in procedures die vallen onder het begrip ‘zaak’ zoals genoemd in dat artikel. De rechtbank verklaart verzoeker n.o. in een deel van zijn verzoek en komt enkel tot vergoeding van de kosten die zijn gemaakt in de procedure ex artikel 32 Sv, vermeerderd met een boven forfaitair bedrag voor het indienen en behandelen van het onderhavige verzoekschrift.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen

Aangehaalde uitspraken