Rb. Den Haag 31 oktober 2019, ECLI:NL:RBDHA:2019:11878
De Ierse dochtervennootschap van eiseres heeft gedurende haar bestaan gebruik gemaakt van de Ierse group relief-regeling. Een ander deel van de verliezen van de Ierse dochter is onverrekend gebleven en bij haar ontbinding definitief verloren gegaan. Naar het oordeel van de rechtbank heeft eiseres ter zake van de Ierse dochter terecht een liquidatieverlies in aanmerking genomen. De rechtbank kan het standpunt niet volgen dat toepassing van de liquidatieverliesregeling niet mogelijk is in het geval dat in het verleden gebruik is gemaakt van de group relief-regeling. Blijkens artikel 13d, negende lid, van de Wet op de Vpb is voor de toepassing van de liquidatieverliesregeling bepalend dat ten tijde van de voltooiing van de vereffening geen recht meer bestaat op een tegemoetkoming voor onverrekend gebleven verliezen. Beroep gegrond.
De uitspraak op rechtspraak.nl