Rb. Den Haag 17 april 2018, ECLI:NL:RBDHA:2018:4795

Vennootschapsbelasting. Meegeven van verliezen. Eiseres en haar dochtermaatschappij vormden een fiscale eenheid die wegens verkoop van de aandelen in de dochter per 1 januari 2015 werd verbroken. Bij de aangifte over 2014, die op 3 juni 2015 is ingediend, is verzocht om verliezen mee te geven aan de dochter. Bij beschikking van 13 oktober 2016 wordt dit verzoek gehonoreerd. Door allerlei latere ontwikkelingen wil eiseres dat de verliezen bij haar blijven. Zij eist vernietiging van de beschikking omdat het verzoek niet door haar en de dochter gezamenlijk zou zijn gedaan. De rechtbank oordeelt dat een verzoek kan worden geacht door de moedermaatschappij en de dochtermaatschappij gezamenlijk te zijn gedaan als duidelijk is dat met de indiening van het verzoek de wil van beide maatschappijen kenbaar wordt gemaakt. De rechtbank oordeelt op feitelijke gronden dat dit het geval is. Dat er onder het verzoek maar één handtekening staat maakt dit niet anders. Beroep ongegrond.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen

Aangehaalde uitspraken