Rb. Den Haag 3 april 2018, ECLI:NL:RBDHA:2018:4563

Verweerder acht het geloofwaardig dat eiser in het provinciaal bestuur zat van de HDP in de provincie Aksaray, dat hij tijdens zijn werkzaamheden voor de HDP door de politie meerdere keren werd opgepakt en meegenomen tussen de verkiezingen in 2015 en dat hij een klap op zijn hoofd heeft gekregen bij het uitdelen van brochures, waarna hij in coma raakte. Eiser voert terecht aan dat verweerder zijn verklaringen over de bedreigingen die tegen hem zijn geuit door een lid van de afdeling terreurbestrijding van de politie en een lid van de gendarmerie voorafgaande aan de verkiezingen in 2015 ten onrechte niet als relevant element van zijn asielrelaas heeft vastgesteld. Het standpunt van verweerder dat die bedreigingen voor eiser niet de aanleiding zijn geweest voor zijn vertrek uit Turkije, maakt niet dat het geen relevant element is. Verweerder heeft zich ten onrechte zonder nader onderzoek naar de door eiser overgelegde berichten en de overgelegde ledenlijst op het standpunt gesteld dat niet aannemelijk is dat tegen eiser een arrestatiebevel is uitgevaardigd. In de door eiser overgelegde nieuwsberichten staat immers dat tegen veertien bestuursleden van de HDP in de provincie Aksaray een arrestatiebevel is uitgevaardigd, dat zeven bestuursleden zijn gearresteerd en dat de overige zeven bestuursleden worden gezocht, waarvan er vier in het buitenland verblijven. Die informatie moet worden gezien in samenhang met de door eiser overgelegde lijst van bestuursleden van de HDP, waarop veertien namen staan vermeld, waaronder de namen van de gearresteerde bestuursleden zoals die in het nieuwsbericht van 15 oktober 2016 worden genoemd en de naam van eiser. Voorts heeft verweerder niet deugdelijk gemotiveerd dat de door eiser ingebrachte informatie geen aanleiding geeft om actieve bestuursleden van de HDP als risicogroep aan te wijzen. Verweerder heeft ook daarom niet deugdelijk gemotiveerd dat de vrees voor vervolging die eiser aan de geloofwaardige elementen van zijn relaas ontleent, niet aannemelijk is. Verweerder heeft daaraan immers hogere eisen gesteld dan dat eiser met geringe indicaties aannemelijk kan maken dat zijn problemen die verband houden met zijn bestuursfunctie bij de HDP leiden tot een gegronde vrees voor vervolging.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen

Aangehaalde uitspraken