Rb. Den Haag 26 oktober 2018, ECLI:NL:RBDHA:2018:15253

Afwijzing aanvraag tot verlening van een verblijfsvergunning omdat eiser een licht inreisverbod heeft. De rechtbank is van oordeel dat het betoog dat verweerder ten onrechte de aanvraag niet heeft getoetst overeenkomstig de uitspraak van het Hof van Justitie van de Europese Unie van 11 juni 2015, ECLI:EU:C:2015:377, geen doel treft. Verder is de rechtbank van oordeel dat verweerder zich deugdelijk gemotiveerd en niet ten onrechte op het standpunt heeft gesteld dat de belangenafweging in het kader van artikel 8 van het EVRM in het nadeel van eiser uitvalt. Het beroep is ongegrond.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen

Aangehaalde uitspraken