Rb. Den Haag 11 december 2018, ECLI:NL:RBDHA:2018:14649
Naar het oordeel van de rechtbank kunnen de Nederlandse autoriteiten niet onkundig zijn van de verslechterde algemene situatie voor asielzoekers, onder wie teruggestuurde Dublin-claimanten, in Italië. Nu eiser zich gemotiveerd erop heeft beroepen dat voor hem bij overdracht aan dat land een behandeling dreigt die in strijd is met artikel 4 van het Handvest en artikel 3 van het EVRM, moet verweerder aannemelijk maken dat zulks niet het geval is. Een algemeen beroep op het interstatelijk vertrouwensbeginsel volstaat niet. Verweerder heeft ter zitting aangevoerd dat een substantiële dreiging voor overschrijding van de (hoge) drempel van artikel 4 van het Handvest en artikel 3 van het EVRM niet bestaat. De situatie in Italië is, ondanks recente ontwikkelingen, nog steeds niet te vergelijken met de omstandigheden die zijn gedocumenteerd in het M.S.S.-arrest. Van een volledig falen van het asielstelsel met gevolgen als destijds in Griekenland is ook thans geen sprake. Verzoeken om internationale bescherming worden door de Italiaanse autoriteiten in behandeling genomen. Het weigeren asielzoekers toe te laten (push-back) door de Italiaanse autoriteiten gebeurt incidenteel en dit treft geen Dublin-claimanten zoals eiser. De rechtbank volgt verweerder in dat standpunt en overweegt dat verweerder in dit geval aan de op hem rustende bewijslast heeft voldaan. Zij neemt daarbij in aanmerking dat blijkens dezelfde algemene bronnen als hiervoor zijn aangehaald in het afgelopen jaar zo’n 40 procent van de asielaanvragers in Italië een verblijfsvergunning heeft gekregen. Niet extra-kwetsbare asielzoekers zijn, net als vóór de inwerkingtreding van het decreet van eind september, voor opvang aangewezen op een systeem dat gebreken vertoont, maar blijkens recente uitspraken van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State, het EHRM en het HvJ EU niet leidt tot de conclusie dat een substantieel gevaar bestaat voor strijd met artikel 4 van het Handvest of artikel 3 van het EVRM. Verder blijkt uit de aangehaalde algemene bronnen noch uit de stellingen van eiser dat sprake zou zijn van willekeurige detentie van asielzoekers. Uit de aangehaalde weergave van het decreet van de Italiaanse regering door ECRE en de informatie die verweerder daarover heeft verschaft kan op dit moment slechts worden afgeleid dat detentie mogelijk wordt gemaakt ter vaststelling van de identiteit van asielzoekers (wat ook in Nederland mogelijk is) en dat de detentie-omstandigheden bij uitzetting kunnen verslechteren.
De uitspraak op rechtspraak.nl