Rb. Den Haag 7 juli 2017, ECLI:NL:RBDHA:2017:9704
[opvang; niet melden; artikel 32 Richtlijn 2011/95] Samenvatting: Beëindiging Rva-verstrekkingen omdat eiser zich twee achtereenvolgende keren zonder instemming niet heeft gemeld. Eiser verzoekt om opnieuw tot de opvang toegelaten te worden, met een beroep op artikel 32, eerste lid, van Richtlijn 2011/95, waarin staat dat lidstaten ervoor zorgen dat personen die internationale bescherming genieten, toegang tot huisvesting hebben, onder vergelijkbare voorwaarden als andere onderdanen van derde landen die legaal op hun grondgebied verblijven. De rechtbank stelt vast dat artikel 32 van Richtlijn 2011/95 is geïmplementeerd in artikel 9 van de Huisvestingswet, en niet, zoals eiser stelt, in artikel 3, derde lid, aanhef en onder c dan wel e, van de Rva 2005. De door eiser voorgestane uitleg van artikel 32 van Richtlijn 2011/95 deelt de rechtbank niet. Uit de tekst van deze bepaling volgt dat lidstaten gehouden zijn om een persoon die internationale bescherming geniet onder vergelijkbare voorwaarden als andere onderdanen van derde landen die legaal op hun grondgebied verblijven toegang tot huisvesting te bieden (zie ook de Engelse tekst: ‘Member States shall ensure that beneficiaries of international protection have access to accommodation under equivalent conditions as other third-country nationals legally resident in their territories.’). Dit artikel verduidelijkt daarmee dat de daarin bedoelde toegang tot huisvesting ook wordt gewaarborgd aan personen die internationale bescherming genieten. Het artikel brengt het beginsel van gelijke behandeling – een algemeen rechtsbeginsel van de Unie, vastgelegd in artikel 20 en 21 van het Handvest – tot uitdrukking en leest dus als een anti-discriminatiebepaling, vergelijkbaar met bijvoorbeeld artikel 27, tweede lid, en 33 in hoofdstuk VII van Richtlijn 2011/95 (zie ook het arrest van 1 maart 2016, Kreis Warendorf, C-443/14, punt 34). Deze bepaling genereert echter geen (ongeclausuleerd) recht op opvang aan personen die internationale bescherming genieten noch staat het in de weg aan het stellen van voorwaarden aan de opvang van vergunninghouders. Hoewel eiser de bemiddeling van verweerder bij het vinden van huisvesting zal moeten missen, betekent dat niet dat hij als vergunninghouder geen toegang heeft tot reguliere huisvesting in de gemeente [naam gemeente]. Beroep ongegrond.
De uitspraak op rechtspraak.nl