Rb. Den Haag 13 juli 2017, ECLI:NL:RBDHA:2017:9200
[artikel 8 EVRM; lange verblijfsduur; openbare orde] Samenvatting: Verblijfsbeëindiging na rechtmatig verblijf van 31 jaar in Nederland wegens de door eiser gepleegde misdrijven, waarvoor hij is veroordeeld (in totaal 78 maanden gevangenisstraf). De rechtbank overweegt, onder verwijzing naar de uitspraak van de Afdeling van 7 juni 2017 (ECLI:NL:RVS:2017:1525), waaraan een zaak ten grondslag lag van een vreemdeling die 32 jaar rechtmatig in Nederland had verbleven, dat verweerder ook in de onderhavige zaak onvoldoende heeft aangegeven welk gewicht toekomt aan deze lange periode van rechtmatig verblijf. Het arrest Gezginci, waarnaar verweerder heeft verwezen, heeft in dit verband minder betekenis. Gezginci had weliswaar een dertigjarig verblijf gehad in Zwitserland, maar een deel van dat verblijf – ongeveer 12 jaar – was niet rechtmatig. Anders dan in het arrest Gezginci verblijft eiser voorts reeds vanaf jonge leeftijd (14 jaar) rechtmatig in Nederland en is niet gebleken dat eiser nog banden onderhoudt met zijn land van oorsprong. Zonder de ernst van de door eiser gepleegde misdrijven te willen bagatelliseren acht de rechtbank verder van belang dat de misdrijven waarvoor eiser de laatste jaren is veroordeeld – met name winkeldiefstal – in zekere zin een lichter karakter hebben. Verweerder heeft het gewicht dat toekomt aan de aard en ernst van de gepleegde strafbare feiten ten onrechte in belangrijke mate gebaseerd op straffen die al geruime tijd geleden zijn opgelegd. Hoewel eiser de laatste jaren nog voor strafbare feiten is veroordeeld, is er geen duidelijke toename maar een afname in de aard en ernst van de gepleegde strafbare feiten. Verweerder kan daarnaast niet zonder nadere motivering worden gevolgd in zijn standpunt dat eiser nog banden heeft met Marokko. Niet in geschil is dat eiser sinds zijn komst naar Nederland, buiten een vakantie in 2000, nooit is teruggekeerd naar Marokko. Eisers verklaring dat hij geen familieleden heeft in Marokko en dat zijn directe familieleden in Nederland wonen heeft verweerder niet uitdrukkelijk betwist. Daarbij komt dat uit het dossier blijkt dat de band met zijn in Nederland verblijvende familieleden, met name die met zijn zus, in de afgelopen jaren hechter is geworden, doordat eiser als gevolg van zijn psychische problemen afhankelijker van hen is geworden. Zijn zus is ook benoemd tot mentor van eiser omdat eiser als gevolg van zijn geestelijke toestand niet in staat is zijn eigen belangen te behartigen. Verweerder heeft onvoldoende gemotiveerd dat de begeleiding die eiser behoeft, vanuit Nederland verzorgd zou kunnen worden of dat in Marokko een mentor zou kunnen worden benoemd. Verweerder heeft niet deugdelijk gemotiveerd waarom de beëindiging van eisers verblijf aan te merken is als een noodzakelijke en proportionele inbreuk op het recht op eerbiediging van zijn privéleven
De uitspraak op rechtspraak.nl