Rb. Den Haag 18 april 2017, ECLI:NL:RBDHA:2017:4274

Aan eiser is een naheffingsaanslag accijns opgelegd van € 1.112.857 wegens het buiten een accijnsschorsingsregeling voorhanden hebben van accijnsgoederen waarover geen accijns is geheven. In geschil is of de accijns terecht is nageheven en of verweerder eiser terecht heeft aangemerkt als degene van wie de accijns kan worden nageheven. De rechtbank oordeelt dat de aangetroffen sigaretten zijn aan te merken als tabaksproducten waarover accijns kan worden geheven. Dat de samenstelling van de sigaretten anders is, maakt niet dat er geen sprake is van sigaretten in de zin van de accijnswetgeving. De rechtbank acht het voldoende aannemelijk dat eiser de aangetroffen sigaretten voorhanden had in de zin van artikel 51, eerste lid, onder b, van de Wet op de accijns. Eiser heeft aangevoerd dat de sigaretten verboden zijn op grond van de Tabaks- en rookwarenwet en de verkoop moet worden aangemerkt als een verboden prestatie op grond van jurisprudentie met betrekking tot de omzetbelasting van het Hof van Justitie van de Europese Gemeenschappen. Deze beroepsgrond slaagt niet. Het beroep van eiser wordt door de rechtbank ongegrond verklaard

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen

Aangehaalde uitspraken