Rb. Den Haag 23 februari 2017, ECLI:NL:RBDHA:2017:1613
Toepassing kostendelersnorm. Niet rechthebbende meerderjarige zoon. Afwijzing aanvraag van bijzondere bijstand ter compensatie. De toepassing van de kostendelersnorm kan niet achterwege worden gelaten, op de grond dat de meerderjarige inwonende geen inkomen heeft en de kosten daardoor niet gedeeld kunnen worden. Aan die mogelijkheid heeft de wet geen consequenties verbonden. Het niet delen van de kosten in een meerpersoonshuishouden komt voor rekening van de bijstandsontvangers. Geen grond voor afstemming via artikel 18 van de Pw. Dat is slechts in zeer bijzondere omstandigheden mogelijk. Die doen zich in dit geval niet voor. Verweerder voert voor gevallen als dat van eiseres geen buitenwettelijk beleid. Geen grond voor bijzondere bijstand ter compensatie van de toepassing van de kostendelersnorm. De kostendelersnorm houdt als zodanig geen ontoelaatbare inmenging in op het familie- en gezinsleven van eiseres. Ook in het bijzonder is daarvan geen sprake nu eiseres in de periode in geding € 315,99 (exclusief vakantietoeslag) per maand overhoudt om in haar dagelijkse levensonderhoud te voorzien. Daarmee kan niet van een situatie worden gesproken dat de financiële problemen in de periode in geding zodanig zijn dat de situatie onhoudbaar is geworden. Het beroep op artikel 8, eerste lid, van het EVRM, slaagt onder deze omstandigheden niet. Het beroep op artikel 3 van het EVRM en artikel 1 van het IVESCR slaagt evenmin
De uitspraak op rechtspraak.nl