Rb. Den Haag 12 december 2017, ECLI:NL:RBDHA:2017:15972
De gemeente Nissewaard stelt een sporthal ter beschikking aan een basisschool. In geschil is of de gemeente, nu in rechte vast staat dat zij ter zake van die terbeschikkingstelling geen ondernemer is voor de omzetbelasting, voor de jaren 2010 tot en met 2012 recht heeft op aanvullende uitnamen uit het BTW-compensatiefonds voor de omzetbelasting die aan haar in rekening is gebracht voor de bouw van de sporthal. De gemeente stelt dat bij de terbeschikkingstelling van de sporthal aan de basisschool sprake is van een terbeschikkingstelling aan de collectiviteit van (jeugdige) inwoners van de gemeente met als achterliggend doel het stimuleren en bevorderen van de lichamelijke beweging en gezondheid van kinderen. De uitsluitingsgrond van artikel 4, eerste lid, onderdeel a, van Wet Bcf is daarom niet van toepassing. De rechtbank oordeelt onder verwijzing naar de wetgeschiedenis en naar HR 18 november 2016 (ECLI:NL:HR:2016:2600) dat indien de gemeente anders dan als ondernemer een goed of dienst niet voor zichzelf bezigt alleen recht op compensatie bestaat indien geen sprake is van het verstrekken, verlenen of ter beschikking stellen aan een of meer individuele derden, met dien verstande dat een prestatie aan de collectiviteit van inwoners niet als een prestatie aan een of meer individuele derden wordt aangemerkt. Nu niet in geschil is dat de gemeente de sporthal aan de basisschool ter beschikking stelt, dat de basisschool geen recht op aftrek van voorbelasting zou hebben gehad indien zij de kosten van de sporthal zelf zou hebben gedragen en dat de basisschool de sporthal vervolgens gebruikt voor het verzorgen van het bewegingsonderwijs ten behoeve van haar leerlingen, is sprake van de terbeschikkingstelling van de sporthal aan een individuele derde. De Wet op het primair onderwijs verplicht de gemeente enkel te voorzien in lokalen ten behoeve van het bewegingsonderwijs. Het is vervolgens de wettelijke verplichting van de basisschool om zorg te dragen voor de feitelijke uitvoering van het bewegingsonderwijs. Beroep ongegrond.
De uitspraak op rechtspraak.nl