Rb. Den Haag 20 november 2017, ECLI:NL:RBDHA:2017:15397
weigering teruggave paspoort, bevoegdheidsgebrek, administratief beroep artikel 52 Vw, artikel 72, derde lid, Vw, artikel 77 Vw, artikel 69 Vw, artikel 6:11 Awb Administratief beroep tegen weigering teruggave van paspoort Een ambtenaar, belast met het toezicht op vreemdelingen, heeft geweigerd het paspoort van eiser (tijdelijk) aan hem terug te geven. Op het als administratief beroepschrift aan te merken bezwaarschrift is onbevoegd beslist door een ambtenaar, belast met het toezicht op vreemdelingen. Ter zitting heeft verweerder het bestreden besluit bekrachtigd. Hierdoor kan het bevoegdheidsgebrek met toepassing van artikel 6:22 van de Awb worden gepasseerd. De termijn van vier weken om administratief beroep in te stellen is aangevangen op de datum waarop aan eiser is medegedeeld dat het paspoort niet aan hem wordt teruggegeven, niet op het moment waarop zijn gemachtigde met de weigering bekend is geworden. Immers, de weigering betreft een feitelijke handeling en de termijn van vier weken om administratief beroep in te stellen vangt in dat geval aan wanneer voor eiser op ondubbelzinnige wijze uit een specifiek ten aanzien van hem als zodanig kenbare handeling kan afleiden dat de teruggave van het paspoort is geweigerd. Het op als administratief beroepschrift aan te merken bezwaarschrift is buiten de termijn van vier weken ingediend. Het niet aan eiser mededelen van de mogelijkheid om binnen een bepaalde tijd een rechtsmiddel aan te wenden leidt tot verschoonbaarheid van de termijnoverschrijding, nu eiser heeft gesteld dat de termijnoverschrijding daarvan een gevolg is. Gesteld noch gebleken is dat eiser wist dat hij binnen een bepaalde termijn administratief beroep moest instellen.
De uitspraak op rechtspraak.nl