Rb. Den Haag 1 september 2017, ECLI:NL:RBDHA:2017:11204
Erfbelasting, fictieve verkrijging In mei 2015 is geconstateerd dat erflaatster ongeneeslijk ziek was en nog enkele maanden te leven had. Op 31 juli 2015 is zij overleden. De zoon (erfgenaam) van erflaatster is enig aandeelhouder van de vennootschap van waaruit erflaatster een lijfrente uitkering ontving. Naar het oordeel van de rechtbank is sprake van een fictieve verkrijging in de zin van artikel 13a SW. Blijkens de letterlijke tekst van dit artikel gaat het immers om de waardestijging ‘door overlijden’, wat betekent ‘als gevolg van overlijden’. Het gaat dus om het direct dan wel indirect oorzakelijk verband tussen het overlijden van erflaatster en de waardestijging van de aandelen. Het tijdstip van overlijden vormt in dit verband – anders dan eiser voorstaat – geen criterium. Beroep ongegrond.
De uitspraak op rechtspraak.nl