Rb. Den Haag 16 juni 2016, ECLI:NL:RBDHA:2016:8774
Eiseres exploiteert een onderneming die bij de Kamer van Koophandel staat ingeschreven als “Kamerverhuurbedrijf” en is in het bezit van de vereiste vergunningen voor het exploiteren van een seksinrichting. In geschil is of verweerder terecht het standpunt heeft ingenomen dat sprake is van een dienstbetrekking tussen eiseres en de dames die bij haar een kamer huren. De rechtbank overweegt dat wordt voldaan aan de drie criteria voor de aanwezigheid van een dienstbetrekking: gezagsverhouding, persoonlijke arbeid en de verplichting tot het betalen van loon . Dat sprake is van een gezagsverhouding leidt de rechtbank af uit de inhoud van het Ondernemingsplan, alsmede de huis- en gedragsregels waaraan de dames zich moeten houden. Eiseres heeft de huis- en gedragregels opgesteld en ziet op de naleving daarvan toe. Dat sprake is van het verrichte van persoonlijke arbeid leidt de rechtbank af uit de omstandigheid dat de dames de arbeid persoonlijk dienen te verrichten als ze aanwezig zijn. Niet is in geschil dat klanten, wanneer ze gebruik maken van de diensten van de dames, € 35 moeten betalen, waarvan € 20 voor de dame en € 15 voor de kamerhuur is. Eiseres bewaart, voor de dames, hun deel van dit bedrag. In ruil daarvoor ontvangt de dame bij afgifte van het geld een muntje dat ze aan het eind van de dag kan omwisselen voor contant geld. De rechtbank oordeelt dat de betaling door eiseres aan de dames na inlevering van de muntjes moet worden beschouwd als een betaling van loon. Aan het eind van de dag krijgt de dame betaald naar gelang het aantal muntjes dat zij inlevert, dat zij op de kamer daarnaast eventueel ook nog rechtstreeks wordt betaald voor eventueel door haar extra verrichte diensten doet aan dit oordeel niet af.
De uitspraak op rechtspraak.nl