Rb. Den Haag 15 juli 2016, ECLI:NL:RBDHA:2016:8007

Tot 3 jaar celstraf voor phishing-bende Drie mannen en twee vrouwen zijn op 15 juli 2016 veroordeeld voor hun aandeel in het in 2015 op grote schaal plegen van oplichting door middel van phishing, waarbij voornamelijk klanten van de Rabobank voor grote bedragen benadeeld werden. De drie mannen en één vrouw krijgen celstraffen tot 3 jaar van de rechtbank Den Haag. Ook moeten zij geld terugbetalen aan enkele benadeelden en aan de Rabobank, die de benadeelde rekeninghouders voor het grootste gedeelte schadeloos heeft gesteld. De vijf vormden een criminele organisatie met als doel het plegen van oplichting. Deze oplichting bestond uit phishing. Dit is een vorm van computercriminaliteit waarbij (in dit geval) mensen met een rekening bij de Rabobank zijn benaderd via een vals e-mailbericht met het aanbod voor het aanvragen van een nieuwe Rabo Scanner. Na op een link geklikt te hebben en hun persoonlijke gegevens op een website te hebben ingevuld ten behoeve van de aanvraag, zijn deze mensen gebeld door een van de vrouwen, die zich voordeed als medewerkster van de Rabobank. Gedurende het telefoongesprek liet zij de slachtoffers handelingen uitvoeren en codes afgeven. Vervolgens werden dan vanaf de rekening van de slachtoffers geldbedragen overgeboekt naar andere rekeningen, en opgenomen of uitgegeven. Hierin hadden de drie mannen een aandeel. Deze vrouw en de drie mannen hebben zich op die manier schuldig gemaakt aan oplichting van diverse rekeninghouders en de Rabobank gedurende een periode van ruim een half jaar. Daarbij hebben zij hun slachtoffers bewogen tot afgifte van in totaal bijna 500.000 euro. De schade had ruim 1 miljoen euro kunnen bedragen, als de fraude-afdeling van de Rabobank niet snel had ingegrepen door rekeningen te blokkeren en overboekingen te storneren. De andere vrouw had een kleinere rol dan haar mededaders, namelijk het ter beschikking stellen van haar woning aan de andere deelnemers van de criminele organisatie. Zij krijgt daarom voor haar aandeel in de criminele activiteiten 2 maanden gevangenisstraf voorwaardelijk en een werkstraf van 150 uur.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Tekst

Rechtbank DEN HAAG
Strafrecht
Meervoudige strafkamer
Parketnummer: 09/767206-15
Datum uitspraak: 15 juli 2016
Tegenspraak
(Promisvonnis)
De rechtbank Den Haag heeft op de grondslag van de tenlastelegging en naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting het navolgende vonnis gewezen in de zaak van de officier van justitie tegen de verdachte:
[verdachte 1] ,
geboren op [geboortedatum] te [geboorteland] ),
BRP-adres: [adres 1] .

1 Het onderzoek ter terechtzitting

Het onderzoek is gehouden ten terechtzittingen van 29 september 2015, 7 december 2015 (beide pro forma), 23 en 27 juni 2016 (beide inhoudelijk) en 11 juli 2016 (sluiting).

De rechtbank heeft kennis genomen van de vordering van de officier van justitie mr. H. Mol en van hetgeen door de raadsman van verdachte mr. M. Jonk, advocaat te Amsterdam, en door de verdachte naar voren is gebracht.

2 De tenlastelegging

Aan de verdachte is ten laste gelegd dat:

Feit 1

hij in of omstreeks de periode van 26 februari 2015 t/m 30 juni 2015 in Amsterdam, althans in Nederland,

(telkens) tezamen en in vereniging met een ander of anderen althans alleen, (telkens) met het oogmerk om zich en/of (een) ander(en) wederrechtelijk te bevoordelen (telkens) door het aannemen van een valse naam en/of van een valse hoedanigheid en/of door een of meer listige kunstgrepen en/of door een samenweefsel van verdichtsels, onderstaand(e) perso(o)n(en)/bedrij(f)(ven) heeft bewogen tot de afgifte van inloggegeven(s) en/of een of meer code(s) en/of onderstaande geldbedrag(en),te weten van:

- ZD 1. [benadeelde 1] / [benadeelde 1] (een geldbedrag van 15.953,- euro) en/of

- ZD 2. [benadeelde 2] / [benadeelde 2] (een geldbedrag van 31.116,- euro) en/of

- ZD 3. [benadeelde 3] / [benadeelde 3] / [benadeelde 3] (een geldbedrag van 8.453,- euro) en/of

- ZD 4. [benadeelde 4] / [benadeelde 4] (een geldbedrag van 3.083,- euro) en/of

- ZD 5. [benadeelde 5] / [benadeelde 5] (een geldbedrag van 40.658,- euro) en/of

- ZD 6. [benadeelde 6] / [benadeelde 17] (een geldbedrag van 47.121,- euro) en/of

- ZD 7. [benadeelde 7] / [benadeelde 7] (een geldbedrag van 4.550,- euro) en/of

- ZD 8. [benadeelde 8] / [benadeelde 8] (een geldbedrag van 21.947,- euro) en/of

- ZD 9. [benadeelde 9] / [benadeelde 9] (een geldbedrag van 60.601,- euro) en/of

- ZD 10. [benadeelde 10] / [benadeelde 10] (een geldbedrag van 7.101,- euro) en/of

- ZD 11. [benadeelde 11] (een geldbedrag van 2.110,- euro) en/of

- ZD 12. [benadeelde 12] / [benadeelde 12] (een geldbedrag van 12.532,- euro) en/of

- ZD 13. [benadeelde 18] (een geldbedrag van 2.998,- euro) en/of

- ZD 14. [benadeelde 14] / [benadeelde 14] (een geldbedrag van 2.900,- euro) en/of

- ZD 15. [benadeelde 15] / [benadeelde 15] en/of

de Rabobank (in alle genoemde zaaksdossiers het totaalbedrag van alle bovenstaande bedragen)

immers heeft/hebben verdachte en/of zijn mededader(s) toen aldaar (telkens) met vorenomschreven oogmerk – zakelijk weergegeven – valselijk en/of listiglijk en/of bedrieglijk en/of in strijd met de waarheid:

- aan een of meer genoemde perso(o)n(en)/bedrij(f)(ven) (een) e-mail(s) gestuurd als ware deze e-mail(s) afkomstig van de Rabobank en hen daarin verzocht op een link te klikken en/of (online) gegevens in te vullen/terug te sturen en/of

- een of meer van genoemde perso(o)n(en)/bedrij(f)(ven) gebeld en/of zich voorgedaan als medewerkster van de Rabobank (al dan niet gebruik makend van de naam [pseudoniem van verdachte] ) en/of daarbij aangegeven/gezegd dat ze moesten inloggen om het activatieproces te voltooien en/of hen handelingen heeft laten verrichten met de Raboreader en de daarbij verkregen inloggegeven(s) en/of code(s) door laten geven en/of

- ( vervolgens) zich ten opzichte van de Rabobank voorgedaan als zijnde de rechthebbende van het internetbankieren account van een of meer genoemde perso(o)n(en)/bedrij(f)(ven) en met gebruikmaking van voornoemde verkregen inloggegeven(s) en/of code(s) door middel van internetbankieren één of meer geldbedrag(en) overgemaakt / overgeboekt van de bankrekening(en) van een of meer van genoemde perso(o)n(en)/bedrij(f)(ven) naar een of meer bankrekeningen van derden,

waardoor deze perso(o)n(en)/bedrij(f)(ven) (telkens) werd(en) bewogen tot bovenomschreven afgifte(s).

art 326 lid 1 Wetboek van Strafrecht

Feit 2

hij in of omstreeks de periode van 5 december 2014 t/m 30 juni 2015 te Amsterdam, althans in Nederland, heeft deelgenomen aan een organisatie, bestaande uit een samenwerkingsverband van natuurlijke personen, te weten o.a. verdachte en/of [medeverdachte 1] en/of [medeverdachte 2] , welke organisatie tot oogmerk had het plegen van misdrijven, te weten het plegen van oplichting en/of diefstal en/of (gewoonte)witwassen;

art 140 lid 1 Wetboek van Strafrecht

3 Bewijsoverwegingen

3.1 Inleiding Aanleiding voor dit onderzoek, genaamd [onderzoeksnaam 1] , is een proces-verbaal geweest met restinformatie uit het onderzoek [onderzoeksnaam 2] . Uit deze restinformatie is gebleken dat op grote schaal fraude (door middel van het zogenaamde phishing) plaatsvond, waarbij voornamelijk klanten van de Rabobank voor grote bedragen benadeeld werden. In onderzoek [onderzoeksnaam 1] is gebruik gemaakt van bijzondere opsporingsmethodieken, zoals het afluisteren van telefoons en het observeren van verdachten. Uit dit onderzoek zijn de verdachten [medeverdachte 1] , [verdachte 1] , [medeverdachte 3] , [medeverdachte 2] en [medeverdachte 4] naar voren gekomen. Deze zijn aangehouden en verhoord. Hun is allen deelname aan een criminele organisatie ten laste gelegd en, op de verdachte [medeverdachte 4] na, oplichting van vijftien rekeninghouders en/of de Rabobank door middel van phishing.

3.2 Het standpunt van de officier van justitie
De officier van justitie heeft gerekwireerd tot bewezenverklaring van de onder 1 en 2 ten laste gelegde feiten.

3.3 Het standpunt van de verdediging
Door en namens de verdachte is integrale vrijspraak bepleit.

3.4 Partiële vrijspraak van het onder 1 tenlastegelegde
De rechtbank zal de verdachte van de onder 1 ten laste gelegde zaaksdossiers 13 en 14 vrijspreken, nu ten aanzien van deze zaaksdossiers niet wettig en overtuigend bewezen is dat de verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan het medeplegen van oplichting. Uit de bewijsmiddelen ten aanzien van deze specifieke zaaksdossiers komt onvoldoende naar voren wat de rol van de verdachte zou zijn geweest, nu die dossiers niet de inhoud van de op de desbetreffende dagen tussen de verdachte en de medeverdachten gevoerde communicatie bevatten en/of de zendmastgegevens niet (kunnen) bevestigen dat de verdachte bij de gevoerde phishinggesprekken aanwezig is geweest.

De tekst gaat verder: De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen

Aangehaalde uitspraken