HR 16 juni 2009, ECLI:NL:HR:2009:BI1812

Art. 36f Sr. Schadevergoedingsmaatregel en draagkracht. Ex art. 36f.2 Sr kan de rechter de maatregel oplegen indien en vzv. verdachte jegens het s.o. naar burgerlijk recht aansprakelijk is voor de schade die door het strafbare feit is toegebracht. De draagkracht van verdachte speelt bij de bepaling van de hoogte van het bedrag geen rol. In geval van oplegging van de maatregel bepaalt de rechter de vervangende hechtenis (art. 36f.6 Sr). Niettemin kan het gebrek aan draagkracht onder omstandigheden voor de rechter reden zijn ervan af te zien de s.v.-maatregel op te leggen (vgl. HR LJN AZ8788). Slechts in uitzonderlijke gevallen kan daarvan sprake zijn. Daarbij kan i.h.b. worden gedacht aan gevallen waarin op voorhand vast staat dat het opleggen van een s.v.-maatregel slechts zal leiden tot het in de toekomst tenuitvoerleggen van vervangende hechtenis. De rechter behoeft daarom slechts dan i.h.b. de redenen op te geven waarom van een daaromtrent ingenomen standpunt wordt afgeweken indien dat standpunt voldoende onderbouwd dat uitzonderlijke karakter van het geval duidelijk maakt. ’s Hofs (kennelijke) oordeel dat het door en namens verdachte aangevoerde niet aan die eisen voldoet is onjuist, noch onbegrijpelijk.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen