Rb. Den Haag 5 juli 2016, ECLI:NL:RBDHA:2016:7828

Accijns. Voorhanden hebben van accijnsgoederen. Eiser was aanwezig bij het overladen en uitladen van twee omvangrijke partijen onveraccijnsde sigaretten in loodsen die geen accijnsgoederenplaatsen zijn. Verweerder heeft daarom van eiser ruim € 1,7 miljoen accijns nageheven. In geschil is of dit terecht is. De rechtbank oordeelt dat eiser betrokken is geweest bij het voorhanden hebben van onveraccijnsde sigaretten en de accijns daarom terecht van hem is nageheven. Dat zijn betrokkenheid slechts zeer gering zou zijn geweest doet daar niet aan af, omdat sinds de invoering van het nieuwe artikel 2, eerste lid, onder b van de Wet op de accijns, de feitelijke beschikkingsmacht over de accijnsgoederen het zogenoemde wetenschapsvereiste niet meer van belang zijn. Beroep ongegrond.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen