Rb. Den Haag 7 januari 2016, ECLI:NL:RBDHA:2016:3211

[gebruikelijke verblijfplaats; staatloze Palestijnen] Eisers zijn staatloze Palestijnen die voorafgaand aan hun vertrek in Libië woonden. Verweerder heeft niet Libië, maar de Palestijnse gebieden als gebruikelijke verblijfplaats / land van herkomst aangemerkt. De rechtbank overweegt dat aan het begrip ‘gebruikelijke verblijfplaats’ een feitelijke invulling dient te worden gegeven. Dit is in overeenstemming met het tot 1 april 2013 geldende beleid en zoals verweerder ter zitting heeft bevestigd is met de herziening per 1 april 2013 van de Vc 2000 niet beoogd om een andere uitleg te geven aan dit begrip. Dat betekent dat ter vaststelling van de gebruikelijke verblijfplaats van een vreemdeling dient te worden beoordeeld waar de vreemdeling het centrum van zijn activiteiten (werk, wonen, familie) heeft gehad. Dit sluit aan bij de uitleg in paragraaf 103 van het Handbook on procedures and criteria for determining refugee status under the 1951 Convention and the 1967 Protocol relating to the Status of Refugees en in paragraaf 139 van het Handbook on protection of stateless persons van de United Nations High Commissioner for Refugees. Ook betekent dit dat aan de omstandigheid dat een vreemdeling door middel van de toekenning van documenten een band heeft gekregen met een land of gebied op zichzelf nog geen zwaarwegende betekenis hoeft toe te komen. Hiervan uitgaande heeft verweerder ten aanzien van eiser ten onrechte en ten aanzien van eiseres terecht de Palestijnse gebieden als ‘land van herkomst’ aangemerkt.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen