Rb. Den Haag 15 maart 2016, ECLI:NL:RBDHA:2016:2697
Verzoekschrift ex artikel 89 Sv, na sepot in Koninck II wegens ondermeer de niet-ontvankelijkheid van het openbaar ministerie in Koninck I. Verzocht wordt om een bovenforfaitaire vergoeding voor de tijd doorgebracht in voorarrest. De rechtbank zet het toetsingskader uiteen waarbij aandacht wordt geschonken aan de gevallen waarin toekenning van schadevergoeding mogelijk is, de invulling van het begrip gronden van billijkheid en de forfaitaire vergoeding. De rechtbank concludeert dat - anders dan gesteld door de officier van justitie - er gronden van billijkheid zijn om een vergoeding toe te kennen, maar ziet geen aanleiding om af te wijken van de forfaitaire bedragen.
De uitspraak op rechtspraak.nl