Rb. Den Haag 2 februari 2016, ECLI:NL:RBDHA:2016:1333

Eisers hebben een derde aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd ingediend, welke aanvraag is ingewilligd per datum derde aanvraag. Eisers kunnen zich niet verenigen met de ingangsdatum van de aan hen verleende verblijfsvergunning. Rechtbank is, anders dan verweerder, van oordeel dat eisers belang hebben bij de beoordeling van hun beroepen. De tekst van artikel 44, tweede lid, van de Vw, gelet op het dwingende karakter daarvan, verzet zich ertegen dat bij een inwilligend besluit op een opvolgende asielaanvraag een verblijfsvergunning met ingangsdatum van de eerdere afgewezen asielaanvraag kan worden verkregen. Ten tijde van die eerdere afwijzing was immers (nog) niet voldaan aan het vereiste dat de vreemdeling heeft aangetoond dat hij aan alle voorwaarden voldoet. Voor verlening van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd met ingang van een eerdere datum bestaat geen wettelijke basis. Beroepen ongegrond.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen

Aangehaalde uitspraken