ABRvS 28 februari 2007, ECLI:NL:RVS:2007:BA1210

Bijzonder geval / doorprocederen / (eerdere) ingangsdatum / geen actueel en concreet belang Bij voormeld oordeel heeft de rechtbank niet onderkend dat het enkele feit dat de vreemdeling mogelijk in aanmerking zou zijn gekomen voor een verblijfsvergunning asiel voor onbepaalde tijd indien de asielvergunning voor bepaalde tijd haar op de voet van artikel 29, eerste lid, aanhef en onder a of b, van de Vw 2000 en met ingang van de datum van de aanvraag zou zijn verleend, louter het gevolg zou zijn van een andere ingangsdatum dan die welke bij het besluit van 16 februari 2006 is vastgesteld, terwijl uit de overwegingen in de uitspraak van de Afdeling van 22 november 2002, als hiervoor onder 2.1.2. geciteerd, volgt dat die (eerdere) ingangsdatum en de daaraan eventueel verbonden rechtsgevolgen geen actueel en concreet belang opleveren om doorprocederen over een vergunning asiel te rechtvaardigen. Dit is alleen anders indien niet de grond voor verlening, als bedoeld in artikel 29, eerste lid, aanhef en onder a tot en met d, van de Vw 2000 in geschil is, maar uitsluitend de ingangsdatum van de vergunning, zoals die is verleend. Ook dit is in de genoemde uitspraak van de Afdeling overwogen en beslist. De grieven slagen.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen