Rb. Den Haag 13 oktober 2016, ECLI:NL:RBDHA:2016:12752

Intrekking omgevingsvergunning. Eiseres 2 is als eigenaar ten onrechte niet als belanghebbende aangemerkt. Het beroep van eiseres 2 is in zoverre gegrond. Beroep voor het overige ongegrond. Verweerder was bevoegd de omgevinsgvergunning in te trekken nu meer dan 26 weken geen handelingen zijn verricht met gebruikmaking van de vergunning. Werkzaamheden ten aanzien van het bodemonderzoek zijn niet aan te merken als handelingen die zijn verricht met gebruikmaking van de omgevinsgvergunning. Het zijn immers geen werkzaamheden die gericht zijn op de totstandkoming van het bouwwerk waarvoor de omgevingsvergunning is verleend. Eiseressen hebben vervolgens niet aannemelijk gemaakt dat eiseres 1 alsnog op korte termijn gebruik zal gaan maken van de omgevinsgvergunning teneinde het bouwplan te realiseren. De rechtbank is van oordeel dat verweerder aan zijn belangen bij intrekking van de omgevingsvergunning in redelijkheid zwaarder gewicht heeft kunnen toekennen dan aan de financiële belangen van eiseressen bij behoud van de omgevingsvergunning.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen

Aangehaalde uitspraken