Rb. Den Haag 30 juli 2015, ECLI:NL:RBDHA:2015:9055

Overdracht van een gezin met twee minderjarige kinderen aan Italië. Verweerder heeft in de procedure een brief met bijlage van de Italiaanse autoriteiten van 8 juni 2015 overgelegd. In deze brief hebben die autoriteiten aangegeven dat (in zijn algemeenheid) gezinnen met kleine kinderen bij elkaar worden gehouden en binnen het zogenoemde SPRAR-netwerk worden opgevangen en ondergebracht in een van de 29 opvangcentra genoemd in een bijlage bij die brief, waarin de voorzieningen zijn aangepast aan de familie en de leeftijd van de kinderen. Voorts heeft verweerder een rapport van de Nederlandse Dublin-liaison in Rome in samenwerking met haar Zwitserse en Duitse collega van 13 juli 2015 overgelegd, waarin een algemene beschrijving van het SPRAR-systeem wordt gegeven en welke minimum diensten (services) gegarandeerd moeten zijn. Verder zal voorafgaand aan de feitelijke overdracht alle specifieke informatie aangaande de gezinsleden worden doorgegeven aan de Italiaanse autoriteiten en wordt de overdracht opgeschort als er aanwijzingen zijn dat die autoriteiten niet kunnen voldoen aan de eventuele bijzondere behoeften van eisers en hun kinderen. De rechtbank is van oordeel dat op grond van het vorenstaande sprake is van voldoende garanties dat bij overdracht van eisers en hun minderjarige kinderen zal zijn voldaan aan de daaraan te stellen eisen en mitsdien inmiddels sprake is van een andere situatie dan waarvan sprake was in het Tarakhel-arrest en de uitspraak van deze rechtbank, zittingsplaats Roermond, van 22 mei 2015 (ECLI:NL:RBDHA:2015:5837). Gezegd moet worden dat thans duidelijk is dat eisers en hun kinderen in één van de 29 in voornoemde bijlage met naam en beschikbare plaatsen genoemde opvanglocaties worden ondergebracht en dat specifieke, betrouwbare en verifieerbare informatie voorhanden is aan welke eisen die opvang voldoet.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen

Aangehaalde uitspraken