Rb. Den Haag 16 juli 2015, ECLI:NL:RBDHA:2015:8210

Trefwoorden: meerderjarige referent, Gezinsherenigingsrichtlijn, nareis asiel, artikel 29, tweede lid, van de Vw 2000, artikel 7 van het Handvest, artikel 8 van het EVRM. Samenvatting: Naar het oordeel van de rechtbank moet de Gezinsherenigingsrichtlijn, anders dan voorheen, worden geacht in beginsel van toepassing te zijn op aanvragen om verlening van een afgeleide verblijfsvergunning asiel in het kader van nareis en daarmee ook op in dat verband ingediende aanvragen om een mvv. Raadpleging van de wetsgeschiedenis inzake de wijziging van de Vw 2000 in verband met het herschikken van de gronden voor asielverlening (Kamerstukken II, 2011-12, 33 293, nrs. 3, 8 en 20) en de toelichting bij het besluit van 17 december 2013 tot wijziging van het Vreemdelingenbesluit 2000 (stroomlijning toelatingsprocedures) (Stb. 2013, 580, p. 35) leert immers dat de wetgever expliciet heeft beoogd de Gezinsherenigingsrichtlijn te implementeren in artikel 29, tweede lid, van de Vw 2000. Het bovenstaande geldt naar het oordeel van de rechtbank echter enkel voor de vreemdelingen die vallen onder de categorieën, vermeld in artikel 29, tweede lid, aanhef en onder a, b, of c, van de Vw 2000. Anders dan eisers betogen is de Gezinsherenigingsrichtlijn niet op grond van het daarin opgenomen artikel 3, eerste lid, op de onderhavige zaak van toepassing, nu de hoofdpersoon niet valt onder de definitie van gezinshereniger als bedoeld in artikel 2, aanhef en onder c. Alvorens de hoofdpersoon kan worden aangemerkt als gezinshereniger moet er immers zijn verzocht om hereniging met gezinsleden. Wanneer er sprake is van gezinsleden in de zin van de Gezinsherenigingsrichtlijn is neergelegd in artikel 4 (in verbinding met artikel 10). De rechtbank stelt vast dat eisers, nu de hoofdpersoon meerderjarig is, niet zijn aan te merken als gezinsleden als bedoeld in artikel 4, eerste lid, van de Gezinsherenigingsrichtlijn. Buiten de in dit artikel genoemde gezinsleden bevat de Gezinsherenigingsrichtlijn in artikel 4, tweede en derde lid, en artikel 10, tweede lid, facultatieve bepalingen op grond waarvan de lidstaten toestemming voor toegang en verblijf kunnen verlenen aan andere gezinsleden. De mededeling van de Commissie aan de Raad en het Europees Parlement betreffende richtsnoeren voor de toepassing van Richtlijn 2003/86/EG inzake het recht op gezinshereniging (Richtsnoeren) vermeldt in dit verband dat, wanneer een lidstaat ervoor kiest om toestemming te verlenen voor gezinshereniging aan een van de in voornoemde artikelen genoemde gezinsleden, de Gezinsherenigingsrichtlijn volledig toepasbaar is. In artikel 29, tweede lid, van de Vw 2000 is er echter niet voor gekozen om gezinshereniging toe te staan voor ouders, broers en zussen van meerderjarige in Nederland verblijvende personen. Uit de Richtsnoeren volgt (a contrario) dan ook dat in het onderhavige geval de Gezinsherenigingsrichtlijn niet van toepassing is.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen

Aangehaalde uitspraken