Rb. Den Haag 20 januari 2015, ECLI:NL:RBDHA:2015:566
Onweersproken staat vast dat eiseres de verschuldigde (termijn)betaling niet heeft gedaan binnen de haar daartoe geboden termijn. Het heeft eiseres niet aan tijd ontbroken om duidelijkheid te krijgen over de nadere voorlopige aanslag, temeer niet nu haar gemachtigde die zelf heeft aangevraagd. Verweerder heeft dan ook terecht eiseres aangemaand binnen twee weken na dagtekening van de aanmaning alsnog te betalen. Nu ook daarop betaling binnen de gestelde termijn is uitgebleven, is vervolgens terecht aan eiseres een dwangbevel betekend. Niet is gebleken dat de betekeningskosten op een te hoog bedrag zijn vastgesteld. Er is geen sprake van onrechtmatig handelen of een onrechtmatig besluit, waartegen beroep op de bestuursrechter openstaat, zodat aan de toepassing van artikel 8:88 van de Awb niet wordt toegekomen. Het verzoek van eiseres om schadevergoeding wordt dan ook afgewezen.
De uitspraak op rechtspraak.nl