Rb. Den Haag 13 mei 2015, ECLI:NL:RBDHA:2015:5622
Aan verdachte is onder feit 1 tenlastegelegd dat hij in strijd met artikel 40, tweede lid, van de Geneesmiddelenwet een geneesmiddel – 20 kilo ketamine in poedervorm – in voorraad heeft gehad. De rechtbank ziet zich ambtshalve gesteld voor de vraag of de 20 kilo ketamine in poedervorm, verpakt in een vat, is aan te merken als een geneesmiddel als bedoeld in artikel 1, eerste lid. onder b, Geneesmiddelenwet. Ter beantwoording van deze vraag zal de rechtbank de term ‘geneesmiddel’ conform de richtlijn 2001/83/EG van het Europees Parlement en de Raad van 6 november 2001 tot vaststelling van een communautair wetboek betreffende geneesmiddelen voor menselijk gebruik (PB L 311), zoals gewijzigd bij richtlijn 2004/27/EG van het Europees Parlement en de Raad van 31 maart 2004 (PbEG L 136) interpreteren.
De uitspraak op rechtspraak.nl