Rb. Den Haag 13 maart 2015, ECLI:NL:RBDHA:2015:2739
Vw 2000, Italië, interstatelijk vertrouwensbeginsel, opvangvoorzieningen voor asielzoekers, overdracht, artikel 3 EVRM, EHRM, Tarakhel tegen Zwitserland, nr. 29217/12, JV 2014/384, extreem kwetsbaar, kinderen, geschikte opvangfaciliteiten, bijeenblijven van het gezin, voldoende waarborgen, individuele garanties, leefomstandigheden, kwetsbare asielzoekers, grote toename van het aantal vluchtelingen dat in Italië binnenkomt, Vo 604/2013, vergewissen, maatwerk, 15 dagen, feitelijke overdracht, medische situatie, specifieke kwetsbaarheden) van eisers, AIDA, rechtsbijstand, (gespecialiseerde) advocaat, tolken, IVRK, psychische problematiek Samenvatting: De rechtbank overweegt dat de thans afgegeven garanties van 20 januari 2015 nog niet volledig zijn om het vereiste maatwerk voldoende te waarborgen. Zo valt uit de garanties af te leiden dat verweerder tenminste 15 dagen voor de datum van de feitelijke overdracht nadere gegevens aan de Italiaanse autoriteiten dient te verstrekken, zodat zij op dat moment op de hoogte zijn van de specifieke situatie van eisers en zij de precieze opvang kunnen aanwijzen. Desalniettemin is de rechtbank van oordeel dat deze garanties voldoende zijn voor het oordeel dat overdracht aan de Italiaanse autoriteiten geen reëel risico op schending van artikel 3 EVRM met zich brengt, zodat de asielaanvragen van eisers konden worden afgewezen. De rechtbank overweegt daartoe dat uit de afgegeven garantie weliswaar niet blijkt in welke opvangvoorziening en waar eisers na overdracht zullen worden ondergebracht, maar dat de Italiaanse autoriteiten zich wel hebben vastgelegd op het bieden van opvang, dat eisers bijeen zullen worden gehouden en dat de faciliteiten van de opvang zullen zijn afgestemd op de specifieke behoeften van eisers. Overigens is, gelet op de bij uitspraak van 21 augustus 2014 getroffen voorzieningen, de feitelijke overdracht op dit moment nog niet aan de orde, terwijl verweerder pas bij de feitelijke overdracht moet voldoen aan de vereisten uit het Tarakhel-arrest. Daartoe zal verweerder de Italiaanse autoriteiten, in overeenstemming met het bepaalde in Vo 604/2013, zo veel mogelijk op de hoogte moeten stellen van de bijzondere belangen (medische situatie, specifieke kwetsbaarheden) van eisers, zodat Italië de vereiste garanties onmiddellijk voorafgaand aan de overdracht nader kan invullen. Bij het voorgaande neemt de rechtbank in aanmerking dat uit de uitspraak van de voorzieningenrechter van deze rechtbank, zittingsplaats Utrecht, van 5 februari 2015 (ECLI:NL:RBDHA:2015:1193) in een vergelijkbare zaak kan worden opgemaakt dat de Italiaanse autoriteiten in staat zijn om in overeenstemming met de vereisten uit het arrest Tarakhel voldoende specifieke garanties te verstrekken. Door eisers zijn geen concrete aanknopingspunten zijn aangedragen dat in hun geval op het moment van de feitelijke overdracht dergelijke garanties zullen ontbreken. Het voorgaande neemt niet weg dat verweerder niet zal hebben voldaan aan de vereisten uit het arrest Tarakhel, indien (voldoende) garanties, die zien op de specifieke situatie van eisers, uitblijven. Dat doet echter aan het voorgaande niet af, nu verweerder ter zitting heeft toegezegd dat in zo’n geval niet tot overdracht zal worden overgegaan en eisers desnoods de mogelijkheid hebben om tegen de feitelijke overdracht rechtsmiddelen aan te wenden. Gelet op het voorgaande is de rechtbank van oordeel dat de afgegeven garanties voldoende waarborgen dat eisers bij overdracht opvang zullen krijgen en bijeen zullen worden gehouden. Daarvan uitgaande, kunnen de door eisers overgelegde stukken die zien op de grote instroom van asielzoekers en het gestelde tekort aan opvangplaatsen, niet leiden tot de conclusie dat eisers bij overdracht een reëel risico lopen op een schending van artikel 3 EVRM, omdat zij in Italië geen opvang zouden (dreigen te) krijgen. Voor zover eisers met de overgelegde stukken hebben betoogd dat de opvang, voor zover eisers die krijgen, kwalitatief tekort zal schieten, is de rechtbank van oordeel dat eisers niet hebben aangetoond dat daarom ten aanzien van Italië niet van het interstatelijk vertrouwensbeginsel kan worden uitgaan. Eisers hebben niet aannemelijk gemaakt dat er in Italië sprake is van algemeen falend systeem voor asielzoekers wat betreft toegang tot de asielprocedure en het verschaffen van (juridische) ondersteuning en opvang aan asielzoekers. De rechtbank vindt steun voor dit oordeel in de uitspraken van de Afdeling van 26 februari 2014 (ECLI:NL:RVS:2014:799, ECLI:NL:RVS:2014:803 en ECLI:NL:RVS:2014:805) en van 1 juli 2014 (ECLI:NL:RVS:2014:2578). Niet is gebleken dat de kwaliteit van de opvangvoorzieningen voor terugkerende Dublinclaimanten sinds voormelde uitspraken zodanig is verslechterd dat ten aanzien van Italië niet langer van het interstatelijk vertrouwensbeginsel kan worden uitgegaan.
De uitspraak op rechtspraak.nl
Aangehaalde artikelen
Aangehaalde uitspraken
- Rb. Den Haag 5 februari 2015, ECLI:NL:RBDHA:2015:1193
- ABRvS 2 juli 2014, ECLI:NL:RVS:2014:2573
- ABRvS 1 juli 2014, ECLI:NL:RVS:2014:2578
- ABRvS 26 februari 2014, ECLI:NL:RVS:2014:799
- ABRvS 26 februari 2014, ECLI:NL:RVS:2014:803
- ABRvS 26 februari 2014, ECLI:NL:RVS:2014:805
- ABRvS 10 juli 2013, ECLI:NL:RVS:2013:310
- ABRvS 4 juli 2013, ECLI:NL:RVS:2013:252
- Europees Hof voor de Rechten van de Mens 2 april 2013, ECLI:NL:XX:2013:CA3505
- Europees Hof voor de Rechten van de Mens 21 januari 2011, ECLI:NL:XX:2011:BP4356
- Europees Hof voor de Rechten van de Mens 2 december 2008, ECLI:NL:XX:2008:BG9802