Rb. Den Haag 5 februari 2015, ECLI:NL:RBDHA:2015:1193
Verzoekers, een Iraans gezin, heeft de aankondiging gekregen dat zij op korte termijn aan Italië zullen worden overgedragen. Verzoeker is bekend met psychische problemen en heeft vermoedelijk PTSS. Verzoekster is rolstoelgebonden en is bekend met incontinentieklachten. De dochter van het gezin is een zevenjarig meisje. In geschil is de vraag of feitelijke overdracht aan Italië leidt tot schending van artikel 3 van het EVRM. In het bijzonder in geschil de vraag of verweerder voldoende garanties van de Italiaanse autoriteiten heeft gekregen, zodat wordt voldaan aan het arrest Tarakhel tegen Zwitserland (nr. 29217/12). Verweerder heeft de medische dossiers van verzoekers tot drie maal toe aan de Italiaanse autoriteiten gestuurd en heeft de Italiaanse autoriteiten verzocht om informatie over de opvanglocatie van verzoekers tijdens hun asielprocedure. De Italiaanse autoriteiten hebben verweerder een brief gestuurd met de garantie dat de accommodatie geschikt is voor het kind en dat het gezin bij elkaar zal worden gehouden. Verder hebben de Italiaanse autoriteiten een bijlage bijgevoegd met beschrijvingen van zorg waarop verzoekers een beroep kunnen doen. Gelet hierop is de voorzieningenrechter van oordeel dat de Nederlandse autoriteiten de Italiaanse autoriteiten voldoende hebben geïnformeerd over de kwetsbaarheden van het gezin. Daarop hebben de Italiaanse autoriteiten, op de hoogte zijnde van de specifieke situatie van verzoekers, de onderhavige garanties verstrekt. Tegen deze achtergrond bezien, ziet de voorzieningenrechter geen grond voor het oordeel dat met de verstrekte garanties niet wordt voldaan aan de vereisten uit het arrest Tarakhel. Voor de stelling van verzoekers dat uit het arrest Tarakhel volgt dat verweerder verderstrekkende toezegging van de Italiaanse autoriteiten dient te verkrijgen over de opvang van verzoekers, ziet de voorzieningenrechter geen aanknopingspunten. Dit leidt tot de conclusie dat de feitelijke overdracht aan Italië in dit geval geen schending vormt van artikel 3 van het EVRM.
De uitspraak op rechtspraak.nl