Rb. Den Haag 30 november 2015, ECLI:NL:RBDHA:2015:14661

Verweerder heeft de verblijfsvergunning van eiseres met terugwerkende kracht ingetrokken. Verweerder heeft hieraan ten grondslag gelegd dat eiseres en referent in de aanvraagfase gegevens hebben achtergehouden, terwijl verweerder bij bekendheid met de juiste gegevens niet tot afgifte van de mvv en de verblijfsvergunning zou zijn overgegaan. Naar het oordeel van de rechtbank eindigt de aanvraagperiode met de daadwerkelijke afgifte van de mvv. De rechtbank is met verweerder van oordeel dat eiseres en haar echtgenoot in de aanvraagperiode gegevens hebben achtergehouden die ertoe hebben geleid dat aan eiseres ten onrechte een verblijfsvergunning is verstrekt. De rechtbank is anders dan verweerder van oordeel dat eiseres onder de reikwijdte van Besluit 1/80 valt. Nu verweerder niet aannemelijk heeft gemaakt dat hij voor de inwerkingtreding van Besluit 1/80 al met terugwerkende kracht verblijfsvergunningen introk, is de rechtbank van oordeel dat de intrekking van de verblijfsvergunning van eiseres met terugwerkende kracht tot 13 september 2013 zich niet verdraagt met artikel 13 van Besluit 1/80. Niet gebleken van strijd met artikel 59 van het Aanvullend Protocol. De rechtbank verklaart het beroep gegrond. Geen finale geschilbeslechting, nu verweerder moet vaststellen vanaf welke datum de verblijfsvergunning van eiseres wordt ingetrokken. Gelet hierop dient verweerder tevens een nieuwe belangenafweging in het kader van artikel 8 EVRM te maken.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen

Aangehaalde uitspraken