Rb. Den Haag 25 augustus 2015, ECLI:NL:RBDHA:2015:10087

Verweerder heeft de verblijfsvergunning van eiseres met terugwerkende kracht ingetrokken. Verweerder heeft hieraan ten grondslag gelegd dat eiseres en referent gegevens hebben achtergehouden, terwijl verweerder bij bekendheid met de juiste gegevens niet tot afgifte van de mvv en de verblijfsvergunning (TEV) zou zijn overgegaan. De rechtbank overweegt dat eiseres op het moment van de kennisgeving mvv nog niet beschikte over een verblijfsrecht, nu zij hierover eerst zou beschikken de dag na afgifte van de mvv. De rechtbank is dan ook van oordeel dat de aanvraagperiode eerst is beëindigd met de daadwerkelijke afgifte van de mvv. Niet in geschil is dat in de aanvraagperiode de arbeidsovereenkomst van referent is beëindigd en dat noch referent, noch eiseres hiervan op enigerlei wijze bij verweerder melding heeft gemaakt. De rechtbank is van oordeel dat dit wel van eiseres en referent had mogen worden verwacht, nu zij hadden kunnen en moeten begrijpen dat de beëindiging van het dienstverband, in verband met het middelenvereiste, van invloed zou kunnen zijn op de afgifte van de mvv en daarmee op het verkrijgen van het verblijfsrecht.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen

Aangehaalde uitspraken